Afgelopen januari zat ik samen met vier andere Hebban-recensenten in het Hot or Not panel rondom de debuutroman Hoor je me van Rob Kamphues (1960). Onder het motto vijf recensenten. één boek. één verdict wordt een boek (kritisch) onder de loep genomen en op verschillende punten beoordeeld. Op Hebban kun je het hele artikel lezen. Hieronder lees je mijn persoonlijke mening over de psychologische debuutroman van Kamphues.
Terwijl de laatste restjes sneeuw hier langzaam aan het oplossen zijn, bevindt de twaalfjarige Odd zich in een winter die maar blijft aanhouden. Samen met zijn halfbroers en -zussen woont Odd (in het Noors betekent zijn naam ‘punt van een mes’) bij zijn moeder en stiefvader in een klein dorpje ergens in Scandinavië. De jongen heeft niet veel geluk. Zijn vader kwam twee jaar geleden om het leven tijdens een inval van de Vikingen. Daarnaast verbrijzelde Odd zijn voet onder een boomstam. Het enige tastbare aandenken dat Odd nog aan zijn vader heeft, is een bijl.
Na een spannend gevecht op het kerkplein voor de Notre Dame, zijn Nicolas Flamel, Sophie en Josh op weg naar Londen. Daar willen ze een bezoek brengen aan Gilgamesj, de watermeester. Engeland is echter geen veilige plek voor Flamel, Sophie en Josh. Het land zit namelijk vol met Duistere Alouden. Op het St. Pancras-station worden ze opgewacht door een groep genii cucullati, oftewel: Vleeseters. Zij hebben de opdracht gekregen om Flamel en de tweeling gevangen te nemen.
Gustav & Anton is de nieuwste roman van Rose Tremain (1943). Het boek verhaalt over de vriendschap tussen Gustav Perle en Anton Zwiebel die samen opgroeien in het kleine Zwitserse plaatsje Matzlingen.
Na hun vorige avontuur in Modderland zijn Bart, Randalf, Norbert en Veronica in Krijger zonder Vrees weer teruggekeerd naar het Betoverde Meer. Bart is het inmiddels helemaal zat en wil naar huis. Randalf komt echter telkens aanzetten met een smoesje wanneer de woorden Giechelveld, Elfenwoud of Meester Troetel worden genoemd. Als dat maar goed gaat…
Bart verblijft nog steeds in Modderland en smeekt Randalf om hem terug naar huis te sturen. Daar wil de tovenaar echter niets van weten. Op een dag valt er een uitnodiging voor een tuinfeest van de Gehoornde Baron in de bus. Omdat de uitnodiging pas op het laatste moment komt en ze een behoorlijke reis voor de boeg hebben, zetten Bart en zijn vrienden nog diezelfde dag koers naar het Kasteel van de Gehoornde Baron.
De 12-jarige tweelingzusjes Stacha en Perle Zamorsky komen in september 1944 aan in Auschwitz-Birkenau. Door hun blonde haar en bruine ogen worden ze al snel opgemerkt door nazi-arts Josef Mengele. Hij is geïntrigeerd door de genetica van tweelingen en de afkomst van deze Arisch-Joodse (‘mischling’) tweeling in het bijzonder. Mengele besluit de zusjes meteen in zijn experiment te plaatsen.
Tijdens het uitlaten van zijn hond Hendrik komt Bart Barentsz plotseling in Modderland terecht! Hij belandt op het Betoverde Meer, in de woonboot van Randalf de Wijze, de enige overgebleven tovenaar in Modderland. Al snel wordt duidelijk dat Modderland wordt geteisterd door de reus Engelbert de Enorme. Hij laat de oogsten in het land mislukken en… knijpt in schapen. Als laatste hoop heeft Randalf een eeuwenoude spreuk gebruikt om een krijgsheld op te roepen. Die krijgsheld is Bart! Vanaf nu is Bart niet langer een gewone jongen, maar Bart de Barbaar, Krijger zonder Vrees.
