Creative Writing Cursus: schrijfopdracht

9 mei 2016

Vanaf de koude rotsen staarde ze over de onstuimige zilte zee. Haar donkergroene kleding wapperde in de opstekende bries. Haar haren waaiden in haar ogen. De hemel liep in vloeiende lijnen over van geel naar oranje en eindigde in dieprood – afzonderlijke lijnen die rimpelig door het water trokken en weer samen kwamen aan de horizon. Er waren geen schepen in de wijde omtrek te zien. Ze had ook niet anders verwacht. Zeevogels vlogen krijsend over haar heen en cirkelden boven de zee om te jagen op vis. Een minuut lang weerspiegelde het kleurrijke tafereel zich in haar geest.

Toen sloot ze haar ogen. De kleuren verlieten haar lichaam en maakten weer plaats voor een allesverslindend zwart. Ook de duikvluchten vervaagden. Er was niet veel tijd meer, wist ze.  Ze kon nu niet meer terug en vooruit evenmin. In gedachten keek ze over de rotsrand naar de golven die beneden schuimend tegen de rotsen sloegen. Het geluid was oorverdovend. Ze opende haar ogen en kneep ze samen tegen het licht van de ondergaande zon. Langzaam gleden ze naar rechts, naar het groene bladerdak van het uitgestrekte woud. Zou ze zich daar tot de winter schuil kunnen houden? Met hoeveel ze waren, wist ze niet zeker. Maar ze was ervan overtuigd dat ze haar achtervolgden. Ze kon de voetstappen bijna horen. Behoedzaam begon ze te lopen, weg van de gapende afgrond en richting het pad dat zigzaggend naar beneden naar het bos leidde. Tussen de bomen zal de wind gaan liggen, bedacht ze. Misschien dat de stilte haar zou helpen om beter na te kunnen denken over wat ze nu het beste kon gaan doen.

Kleine steentjes gleden weg onder haar donkere leren schoenen terwijl ze haar pas versnelde. Het pad liep rechter en de bomen torenden steeds hoger boven haar uit. Ze kon de opening van het bos al zien. Vlak voor ze het woud instapte, draaide ze zich nog één keer om naar de rots. Deze wierp schaduwen op de gebieden onder haar. Ze keek omhoog en tuurde naar de plek waar ze kortgeleden had gestaan. Een gedaante tekende zich af tegen de kleurrijke hemel. Kleding wapperde in de bries die nu ijzig langs haar gezicht sneed. De schim schuifelde langzaam naar de afgrond. Ze hield haar adem in. Ze knipperde – de rots was leeg.

***

Geef een reactie op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Abonneer  
Abonneren op
%d bloggers liken dit: