Column: The reason we go to poetryLeestijd: 3 min.

28 maart 2016
paul-noth-i-m-more-interested-in-hearing-about-the-eggs-you-re-hiding-from-yourself-new-yorker-cartoon

“I’m more interested in hearing about the eggs you’re hiding from yourself”New Yorker Cartoon door Paul Noth

Freud, Jung, Lacan – het zijn bekende namen binnen de geesteswetenschappen. Wat deze oude mannen met elkaar gemeen hebben? Ze bekeken literaire teksten vanuit psycho-analytisch perspectief en schreven daar essays over. Zo las Freud ooit de mythe van Oedipus, analyseerde het en het ‘Oedipuscomplex’ was geboren. Dat Freud groot is binnen de faculteit der geesteswetenschappen zal iedere letterenstudent wel erkennen. En het bleef natuurlijk niet bij het analyseren van klassieke mythes uit de Oudheid, ook Shakespeare (Hamlet, Macbeth), enkele korte verhalen uit de 19e eeuw (o.a. E.T.A. Hoffman’s Der Sandmann) en bijvoorbeeld Dostojevski (o.a. Crime and Punishment) werden onderworpen aan Freud’s analytisch oog waar de verscholen complexen en onderdrukte seksuele conflicten niet aan konden ontsnappen.

Dat Freud deze faam binnen de psychologie voor een groot deel is verloren, daar kwam ik tijdens mijn eerste jaar als student Psychologie al snel achter. Als letterenstudent pur sang verkondigde ik eens mijn liefde voor Freud (waar hij zelf waarschijnlijk allerlei complexen aan zou verbinden, maar geen zorgen, ik kan je vertellen dat het toch slechts een platonische liefde is) te midden van mijn mede sociale wetenschappen studenten.

“Maar… Freud is toch niet wetenschappelijk? Zijn theorieën zijn toch niet evidence-based?” kreeg ik als antwoord.

Ja, in de huidige psychologie moet alles evidence-based zijn. Hypothesen, statistieken, keiharde cijfers en het dubieuze dilemma ‘is het significant?’ niet te vergeten – ze zijn niet meer uit de discipline weg te denken. Freud heeft weliswaar één van de grootste invloeden op de huidige psychologie gehad, maar het haalt ook de pijnlijke herinnering van psychologie als pseudo-wetenschap naar boven. Want zo werd er ooit tegen psychologie aangekeken. Droom analyses, ‘praattherapieën’ en projectieve tests – dat kon toch niemand serieus nemen? Maar toen, in de eerste helft van de 20e eeuw, kwamen gelukkig Watson en Skinner en het behaviorisme. Psychologie werd wetenschappelijk, want gedrag kon je voorspellen, conditioneren en verklaren.  Weg met de introspectie, hallo empirisch wetenschappelijk onderzoeksmodel. Dit alles leerde ik bij het allereerste vak dat ik bij psychologie volgde, kwam dat even hard aan. De 8.0 die ik vervolgens haalde was slechts een schrale troost. Mijn liefde voor Freud koesterde ik voortaan ook maar in stilte (al was het me volgens mij al wel vergeven).

Inmiddels ben ik trouwens allang over die faculteits-shock heen, hoor (hallo leven als afgestudeerde). Het schrijven van onderzoeksverslagen heeft zo zijn voordelen (in mijn geval: minder dagen last van een writer’s block) en niemand zegt statistiek leuk te vinden (maar stiekem is het best leuk als je een opgave goed hebt). Zo zie je maar, niets is wat het lijkt. Bovendien levert het nu wel weer een onderwerp op voor mijn semi-intellectuele blog. Maar hoezeer Freud en de psychoanalyse in de huidige psychologie ook worden omstreden, literatuur en psychologie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Denk bijvoorbeeld aan de emoties die een tekst losmaakt of de manier waarop een gedicht bij elke lezer een eigen interpretatie oproept. Zoals Lacan ooit schreef: The reason we go to poetry is not for wisdom, but for the dismantling of wisdom. Weg met de introspectie? Dacht het niet.

Geef een reactie op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Abonneer  
Abonneren op
%d bloggers liken dit: