Recensie: De Tovenares (De geheimen van de onsterfelijke Nicolas Flamel #3)

16 januari 2017

Titel: De Tovenares (De geheimen van de onsterfelijke Nicolas Flamel #3)
Originele titel: The Sorceress
Auteur: Michael Scott
Uitgeverij: Mynx
Vertaling: Henny van Gulik
Genre: Young-Adult, Fantasy
Bladzijdes: 394
Uitvoering: Hardcover
ISBN: 978-90-8968-199-7
Prijs: 21,90
Sterren: 3/5

Lees hier de recensie van het eerste deel: De Alchemist
Lees hier de recensie van het tweede deel: De Magiër

Na een spannend gevecht op het kerkplein voor de Notre Dame, zijn Nicolas Flamel, Sophie en Josh op weg naar Londen om een bezoek te brengen aan Gilgamesj, de watermeester. Maar Engeland is geen veilige plek voor hen, het land zit vol met Duistere Alouden. Op het St. Pancras-station worden ze opgewacht door een groep genii cucullati, ofwel Vleeseters, die de opdracht hebben gekregen om Flamel en de tweeling gevangen te nemen.

Net op tijd weten ze te ontkomen en springen in de auto bij de Saraceense ridder Palamedes, een bondgenoot van de Comte de Saint-Germain. Hij brengt hen naar een groot autokerkhof aan de rand van de stad in de hoop de Vleeseters op afstand te houden. Wat ze echter niet weten – maar wel vermoeden – is dat Dr. John Dee en Machiavelli opnieuw de achtervolging hebben ingezet om de bladzijden uit de Codex te bemachtigen en Nicolas Flamel en de tweeling uit te schakelen.

Ondertussen zit Perenelle Flamel nog altijd gevangen op het eiland Alcatraz en zijn Scáthach en Jeanne d’Arc dankzij een gesaboteerde leypoort in de prehistorie terechtgekomen! Veel hulp voor Nicolas, Sophie en Josh is er dus niet. Wanneer Dee besluit om de machtige Archon Cernunnos te wekken, ziet het er niet best voor ze uit…

De Tovenares van Michael Scott (1959) is het derde boek in de zes-delige serie De geheimen van de onsterfelijke Nicolas Flamel. Scott laat de lezer weer kennis maken met een aantal nieuwe personages, waaronder William Shakespeare, Billy the Kid, de gehoornde god Cernunnos en de verstrooide Koning Gilgamesj. In veel opzichten lijkt dit boek op de twee voorafgaande delen, waardoor ik tijdens het lezen meerdere keren een déjà-vu kreeg. Shakespeare en Gilgamesj zijn daarentegen wel vermakelijke personages (duh,  Shakespeare) en dit vind ik dan ook een geslaagde toevoeging aan het verhaal.

Nu Josh’ krachten zijn gewekt door de oorlogsgod Mars en hij deze bundelt met het zwaard Clarent, is de verhouding tussen de Sophie en Josh bijna weer gelijk getrokken. Als karakters zijn ze echter nog steeds wispelturig, met name tegenover de Flamels. Een knipperlicht is er niks bij. Nicolas wordt steeds meer een zeurderige oude man, en vervult in dit boek dus ook niet bepaald een glansrol. Daarnaast wordt de omgeving wederom niet gedetailleerd uitgewerkt, waardoor je je als lezer niet echt in Londen waant. Gelukkig weet Scott het verhaal boeiend genoeg te houden door het achtergrondverhaal van de Archonen uit te werken en de lezer meer informatie te geven over Dee en zijn dubieuze verstandhouding met de Duistere Alouden. Ook de specifieke kleuren en geuren die bij de aura’s van de verschillende personages horen blijven steeds beter ‘hangen’ (waardoor ik nu onbewust geel en citroen met Shakespeare verbind).

Een andere opluchting is de focus op Perenelle die op Alcatraz nu wordt belaagd door de kraaiengodin Morrigan en haar kraaienleger. Meerdere keren wordt in het verhaal gesuggereerd dat Perenelle veel machtiger is dan Nicolas, dus het is behoorlijk frustrerend dat ze al drie boeken lang op een eiland vastzit terwijl de anderen haar hulp goed kunnen gebruiken. Scott lijkt daar verandering in te komen brengen wanneer de vrouw van Flamel haar krachten bundelt met de Aloude spin (en medegevangene) Areop-Enap.

Het einde van De Tovenares geeft de indruk dat Scott met het vierde deel, De Necromancer, een andere koers zal gaan varen. Laten we het hopen.

Geef een reactie op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Abonneer  
Abonneren op
%d bloggers liken dit: