Onheilig: Rijswijk ontleedt haar personages tot het onheilige overblijftLeestijd: 4 min.

22 september 2016

Titel: Onheilig
Auteur: Roos van Rijswijk
Uitgeverij: Querido
Genre: Literatuur
Bladzijdes: 224
Uitvoering: Paperback
ISBN: 978-90-214-0166-9
Prijs: 18,99
Sterren: 3/5

onheilig.jpg

Tot het onheilige overblijft

De 57-jarige Angelique is terminaal ziek en wordt verteerd door, zoals ze het zelf noemt, ‘zwarte stippen’ in haar lijf. Ze slijt haar dagen thuis, bij het raam, in haar huis in Amsterdam dat ondanks de gebruikelijke drukte van de stad toch leeg voelt. Om haar tijd nog enigszins nuttig te besteden heeft ze van Jacoba, haar therapeute, de opdracht gekregen om haar gedachten en gevoelens eens op papier te gaan zetten. ‘Als je er geen eind aan maakt, kun je net zo goed andere dingen doen. Ze hoeft het niet te lezen, zegt ze, ik moet het voor mezelf doen.’ Angelique begint met schrijven en de roman ontvouwt zich tot een stapel onbeantwoorde brieven gericht aan Jacoba waarin ze haar hart lucht over alles waar ze mee zit, in het bijzonder haar zoon Miguel.

Miguel is geboren op de wc in de Bijenkorf – net zo onverwachts als zijn vader, een Mexicaan, er weer vandoor ging nadat hij Angelique zwanger had gemaakt. Uit haar brieven wordt echter al snel duidelijk dat Angelique nooit van haar zoon gehouden heeft. Inmiddels is hij vierendertig en heeft zijn kantoorbaan in Amsterdam voorgoed vaarwel gezegd door te vertrekken naar Nieheim, een klein idyllisch plaatsje in Duitsland. Daar woont hij in een zelfgebouwd huisje samen met de fictieve hond Wodan en Jorge – een zwakbegaafde jongen die hem door het dorp min of meer is opgedrongen in de veronderstelling dat hij met zijn donkere haren en bronzen huid vast wel zijn Mexicaanse broer moet zijn. Levendige, met zomerse weemoed gevulde fragmenten uit het leven van Miguel worden afgewisseld met de grauwe gedachtenstromen van Angelique.

‘Zelfs als kind zoog die jongen het leven uit alles wat in zijn buurt kwam,’ schrijft Angelique over Miguel in één van haar brieven. Nu ze stervende is, merkt ze echter dat ze Miguel toch wel mist. Ze hebben al twee jaar geen contact meer met elkaar gehad. Per brief brengt ze haar zoon tenslotte op de hoogte van haar toestand. Alsof ze van grote afstand elkaars gedachten kunnen lezen, besluit Angelique vervolgens af te reizen naar Nieheim, terwijl Miguel op hetzelfde moment samen met Jorge een bezoek brengt aan zijn geboortestad Amsterdam. Deze verwisseling zorgt er niet alleen voor dat een toenadering tussen moeder en zoon wordt bemoeilijkt, maar dikt tevens de tragiek in het verhaal nog even wat meer aan. Zullen Angelique en Miguel er uiteindelijk nog in slagen elkaar te ontmoeten voor het te laat is?

Onheilig is de debuutroman van Roos van Rijswijk (1985). Ze is sinds kort werkzaam als redactielid bij het literaire tijdschrift Tirade en schrijft daarnaast al jarenlang als journalist, columnist en recensent stukken voor diverse opdrachtgevers (o.a. NRC Boeken, Das Magazin, De Gids, De SLAA en De Revisor). In Onheilig weet Van Rijswijk, naast een treffende klaagzang van een door kanker getroffen vijftiger, ook een treurig testament neer te zetten. Alles wat Angelique ooit nog eens had willen doen, maar waar het al die jaren nooit van is gekomen, schrijft ze op. Alle gemiste kansen passeren nog eens onomwonden de revue. Zowel moeder als zoon lijkt vast te zitten in een uitzichtloos leven. Angelique ziet haar leven vroegtijdig door haar vingers heen glippen en Miguel worstelt met zijn verlangen om zijn onbekende vader te ontmoeten.

Van Rijswijk schrijft eigenzinnig en treffend. Terwijl ze de zinnen aan elkaar rijgt, speelt ze fijnzinnig met de stream-of-consciousness techniek. Het moge duidelijk zijn dat ze niet terugdeinst voor donkere thema’s als dood en ziekte. Bij sommige passages is het bovendien moeilijk voor te stellen dat Van Rijswijk, als dertiger, de zware emoties van haar personages zo scherp weet te vangen en daar tegelijkertijd zo koel onder kan blijven: ‘Ja, zei ik, kanker. De stipjes in mijn lichaam trilden van plezier, ze horen nog steeds niet bij mij, terwijl ik ze zelf aanmaak.’ De mate van prozaïsche koelbloedigheid vult Van Rijswijk gepast weer aan met ontroerende uitlatingen: ‘Wat is de hel, Jacoba? Ik denk dat de hel is voor altijd moeten voelen hoe je alles gemist hebt.’ Op deze manier slaagt Van Rijswijk er in de lezer toch mee te nemen tot deze dicht op de huid van de personages zit, vanwaar de algehele misère van de figuren uitvoerig kan worden ontleed tot enkel het onheilige overblijft.

Geef een reactie op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Abonneer  
Abonneren op
%d bloggers liken dit: