De elfjarige Violet Sopjes heeft vijf schriften van Ingeborg gekregen om te vullen met ervaringen. Overdag op haar kamer met de gordijnen dicht maakt Violet er gedecideerd een ‘dagboek van ontmoetingen’ van. Aan haar muur hangt een lijst met namen van klasgenoten. Langzaam vormt zich in Violets hoofd het idee dat ze met ieder kind uit haar klas een keer wil spelen. Na afloop doet ze in haar schriften verslag van deze speelmiddagen. Een moedig idee, want zeg nu zelf: hoe leer je mensen nu beter kennen dan een-op-een tijd met ze door te brengen? Terwijl Violet speelafspraakjes regelt, worden de gebeurtenissen in De lijst van Violet Sopjes van David Vlietstra steeds vreemder. Uiteindelijk wordt de lijn tussen geloofwaardig en onwaarschijnlijk zo dun dat het verhaal op slimme wijze gelaagder in elkaar zit dan aanvankelijk wordt voorgespiegeld.
