In De dag dat de walvis kwam van John Ironmonger (1954) spoelt er op een dag ineens een naakte man aan op het strand van St. Piran in Cornwall. Nietsvermoedend brengen de Cornische inwoners van het fictieve vissersdorpje de man in veiligheid. De drenkeling blijkt Joe Haak te zijn (geen familie van, tenzij de schurk uit Peter Pan net als Joe ook Deense roots heeft natuurlijk). Joe is afkomstig uit de City (Londen) waar hij als analist bij een bank verantwoordelijk was voor het inschatten van een dalende beurskoers om ‘short te gaan’. Hij weet het vertrouwen te winnen van zijn baas Lew Kaufmann en ontwikkelt op zijn aanraden een financieel programma – Cassie – dat op korte termijn prijzen kan voorspellen.
Mark Haddon (1962) vaart met De dolfijn een andere koers. De schrijver vergaarde internationale bekendheid met zijn psychologische bestsellerroman Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht (2003). Verhalenbundel De pier stort in uit 2016 bevatte al een duister sfeertje. In zijn vierde boek De dolfijn houdt Haddon dit vast.
De poppenfabriek van Elizabeth Macneal speelt zich af in het Victoriaanse Londen van 1850. In de poppenwinkel van mevrouw Salter werken de opmerkelijke tweelingzussen Iris en Rose Whittle. Allebei hadden ze hun leven anders voorgesteld. Iris wil niets liever dan haar heimelijke wens om schilderes te worden verwezenlijken. De pokdalige Rose daarentegen had graag willen trouwen met de liefde van haar leven Charles. Dankzij het lot maken ze nu poppen, maar dit leerlingschap biedt de meisjes weinig hoop voor de toekomst.
De tienjarige Zac Hutchinson woont met zijn moeder in een oude duplexwoning in het Engelse Grimsby. Naast het verzamelen van (nutteloze) feitjes, is hij gefascineerd door de afwezigheid van zijn biologische vader Liam. Samen met zijn beste vriendin Teagan bedenkt hij daarop het spel ‘Punten voor Papa’s’. Iedere vader die ze kennen wordt aan een test onderworpen, evenals de talloze vriendjes van Zacs moeder Juliet.
De twintiger (en auteur van dit boek) James Bowen ontmoet in de lente van 2007 straatkat Bob. James ziet meteen dat het niet goed gaat met Bob, er zitten kale plekken in zijn vacht, hij is graatmager en hij heeft een groot abces bij zijn achterpoot. Ook James’ leven is niet bepaald rozengeur en maneschijn. Hij leeft in een vervuild appartement, neemt deel aan een afkickprogramma voor drugsverslaafden (hij gebruikt op dat moment de opiaat methadon – een legaal medicijn dat qua werking lijkt op heroïne) en betaalt de huur van het geld dat hij als straatmuzikant bij Covent Garden ophaalt.
Vorig jaar verscheen er opnieuw een Harry Potter-boek. Harry Potter and the Cursed Child is een toneeltekst, geschreven door scenarioschrijver Jack Thorne naar het idee van J.K. Rowling. In dit zogenoemde achtste deel wordt de lezer meegevoerd naar de toekomst. Negentien jaar later om precies te zijn. Harry werkt inmiddels als ambtenaar bij het Ministerie van Toverkunst. Hij is getrouwd met Ginny Wemel waar hij samen drie kinderen mee heeft. Ook Ron Wemel, Hermelien Griffel en Draco Malfidus zijn weer van de partij. Desondanks gaat het boek dit keer niet over de vertrouwde groep vrienden en hun rivaal uit Zwadderich. Het zoomt in plaats daarvan in op het verhaal van Albus Severus Potter, de tweede zoon van Harry en Ginny.
Terwijl de laatste restjes sneeuw hier langzaam aan het oplossen zijn, bevindt de twaalfjarige Odd zich in een winter die maar blijft aanhouden. Samen met zijn halfbroers en -zussen woont Odd (in het Noors betekent zijn naam ‘punt van een mes’) bij zijn moeder en stiefvader in een klein dorpje ergens in Scandinavië. De jongen heeft niet veel geluk. Zijn vader kwam twee jaar geleden om het leven tijdens een inval van de Vikingen. Daarnaast verbrijzelde Odd zijn voet onder een boomstam. Het enige tastbare aandenken dat Odd nog aan zijn vader heeft, is een bijl.
Gustav & Anton is de nieuwste roman van Rose Tremain (1943). Het boek verhaalt over de vriendschap tussen Gustav Perle en Anton Zwiebel die samen opgroeien in het kleine Zwitserse plaatsje Matzlingen.
