Twee tieners, één frequentie. Saint-Malo, 1944. De Geallieerden zijn Frankrijk binnengedrongen om het land te bevrijden van de Duitse bezetting. In het Bretonse kustplaatsje zijn hevige gevechten gaande tussen Amerikaanse soldaten en het nazi-Duitse leger. Te midden van de Slag om Saint-Malo brengt de blinde tiener Marie-Laure LeBlanc in All the Light we Cannot See haar tijd voornamelijk door op de zolder van het huis waar ze in 1940 met haar vader vanuit Parijs naartoe is gevlucht. Op gezette tijden ‘leest’ ze passages uit boeken voor op een vaste radiofrequentie. Ook Werner Pfennig, een talentvolle radiomaker die door de Waffen-SS werd gerekruteerd, stemt al sinds zijn kindertijd af op deze zender. Gaandeweg wordt duidelijk dat Marie-Laure met haar ogenschijnlijk onschuldige voorleessessies geheime codes de wereld in stuurt. Ze hoopt op die manier haar spoorloos verdwenen vader en vermiste oom te vinden. Behalve Werner trekt ze echter ook de aandacht van de meedogenloze nazi-officier Reinhold von Rumpel. Marie-Laures vader zou een kostbare diamant in bezit hebben die hem van zijn ziekte kan genezen. Von Rumpel heeft zijn kwaadaardige zinnen nu gezet op zijn blinde dochter om deze ‘Sea of Flames’ koste wat het kost in handen te krijgen.
Het is 1919. De Eerste Wereldoorlog is net voorbij en de twaalfjarige Henrietta (Henry) Abbott verhuist met haar ouders en kleine zusje van Londen naar Huize Hoopvol, een oud landhuis omringd door bossen. Het gezin heeft het duidelijk niet makkelijk. Moeder moet voor haar gezondheid bedrust houden en Henry kampt met herinneringen aan haar verdwenen broer. Daarnaast heeft ze levendige flashbacks van een allesverwoestende brand. De Abbotts worden in Het geheim van het Nachtegaalbos van Lucy Strange aanvankelijk bijgestaan door kindermeisje juffie Jane en dokter Hardy. Wanneer Henry’s vader plotseling voor zijn werk lange tijd van huis is, bekruipt Henry het gevoel dat dokter Hardy iets in zijn schild voert. Zo is de deur naar haar moeders kamer steevast op slot, reageert juffie Jane geïrriteerd als zij haar zorgen om haar moeder uit en ziet Henry steeds vaker schimmen in het huis. Haar ontmoeting met de mysterieuze Mot die in een woonwagen in het aangrenzende bos woont, zet vervolgens een reeks gebeurtenissen in gang waarbij de lijn tussen realiteit en fantasie steeds dunner wordt en Henry haar familie van een dreigend gevaar moet zien te redden.
De twaalfjarige Petra woont samen met haar ouders en zus Magda in het dorpje Stonegate. Ze betrekken daar een vuurtoren die ze ‘ons kasteel aan zee’ noemen. De toren wordt bewaakt door de Dochters van Steen – vier grote stenen in het klifachtige landschap van Kent: ‘van een afstandje lijken de Dochters van Steen net steunberen of wachttorens, of zelfs stenen schildwachten die uitkijken op de zee en de stormen, uitkijken naar vijanden.’ Wanneer in de zomer van 1939 de Tweede Wereldoorlog dreigt, neemt de vuurtoren een belangrijke plaats in. De familie camoufleert de voorheen opvallende witte toren met groene verf en met steeds meer overvliegende gevechtsvliegtuigen boven de krijtachtige zuidoostkust van Engeland, neemt de spanning van de bewoners van Stonegate toe. Het hechte gezin van Petra wordt uit elkaar gescheurd als haar Duitse moeder (‘Mutti’) verdacht wordt van spionage en in een werkkamp wordt geïnterneerd.
Blue Eye Samurai zint op wraak. Japan is waakzaam als het gaat om het behouden van de eigen tradities. Dit is vandaag de dag zo, maar in de zeventiende eeuw ging het land zelfs ruim tweehonderd jaar lang op slot om iedere Westerse invloed direct in de kiem te smoren. Animatieserie Blue Eye Samurai van makers Michael Green en Amber Noizumi (o.a. Blade Runner 2049) speelt zich af in deze tijd van isolatie, de zogenoemde Edoperiode. De burgeroorlogen zijn uitgedoofd, er heerst rust in het land – al is dit vooral te wijten aan de verstikkende militaire dictatuur met aan het hoofd de almachtige shogun. Onder strikte voorwaarden drijft Japan handel met het Westen. Mizu is een kind van een van deze Westerse handelaren. Wie de vader is, weet Mizu niet, maar het erven van zijn staalblauwe ogen vormt onweerlegbaar bewijs voor het half-Japanse bloed dat door de aderen van de nakomeling stroomt. Door deze gemengde afkomst wordt Mizu afgeschilderd als duivelskind; pesterijen die steeds heftiger worden en een zucht naar wraak bij het kind ontlokken. Wanneer Mizu na een natuurramp bij een blinde smid terechtkomt, gaat het kind in de leer als zwaardmaker en -vechter om op een dag…
Er heerst nog altijd een groot mysterie rondom de precieze oorzaak van het verdwijnen van de Neanderthaler, ruim veertigduizend jaar geleden. Wel is het zeker dat deze uitgestorven menssoort duizenden jaren naast de moderne mens, de homo sapiens, heeft geleefd. En niet alleen geleefd, sommige individuen kregen ook samen kinderen. Genetisch materiaal van de Neanderthaler is vandaag de dag nog steeds een heel klein beetje in ons DNA te vinden. Atta van Jolien Janzing volgt het gelijknamige Mengelmeisje Atta. Ze behoort tot de Keverclan waarbinnen zij deel uitmaakt van de ‘Mengels’: nakomelingen van ‘Neanders’ en ‘Howies’ die samen kinderen hebben voortgebracht. Atta is een stoer meisje van elf dat een hekel heeft aan bessen verzamelen. Ze gaat liever onder leiding van de brute Haran (die ook een heel zachte kant heeft) met haar pesterige broer Wildo en de andere jongens van de clan jagen in de bossen. Op een dag besluit Atta stiekem mee op jacht te gaan. Wanneer de groep oog in oog komt te staan met een woeste mammoetstier drijft het dier haar naar de Vervloekte Velden, ver weg van haar vertrouwde clan.
