Na Van niemand en Tot het niet meer gaat sluit Vincent Oostrijck zijn autobiografische, verhalende gedichtenreeks af met Ik laat jou niet vallen. Dit slotdeel van het drieluik bevat ruim vijftig gedichten vol oude, maar ook nieuwe personages. Zo voegt Oostrijck nieuwe gedaantes toe aan de charismatische Meneer De Bruin (alcoholist, verzamelaar en vrouwenversierder) om de vriendschap door de dood heen te eren. Het lyrisch ik laat de lezer daarnaast kennismaken met een bonte verzameling excentrieke mannen. Van Monsieur Le Craque die in een Brabantse volkswijk woont tot Harry Vogel die de nodige drama op de werkvloer creëert. En dan is er Tandpastatubeman die zijn baan verliest, een kunstgebit neemt en een oplossing biedt voor een van de meest herkenbare discussies. Omgaan met veranderingen, jeugdherinneringen en ziekte zijn terugkerende thema’s in de poëziebundel. Meer nog gaat het over onvoorwaardelijke liefde (Oostrijck draagt de bundel op aan zijn vrouw Angélique) en jezelf kunnen, mogen en willen zijn.
