De 57-jarige Angelique is terminaal ziek en wordt verteerd door, zoals ze het zelf noemt, “zwarte stippen” in haar lijf. Ze slijt haar dagen thuis, bij het raam, in haar huis in Amsterdam dat ondanks de gebruikelijke drukte van de stad toch leeg voelt.
Na een onstuimig studentenleven woont de 45-jarige Elizabeth alweer heel wat jaren samen met haar man Andrew en hun zoon Harry in de New Yorkse wijk Brooklyn. Elizabeth werkt als makelaar en hoewel het niet de droombaan is die ze voor ogen had, haalt ze toch elke dag voldoening uit haar werk. Haar huwelijk loopt goed en Harry is een rustige, stille jongen die op school goede cijfers haalt en lijkt daarmee te voldoen aan het beeld van de ideale (schoon)zoon. Een halve straat verderop woont Zoe, een oude vriendin van Elizabeth en Andrew, samen met haar echtgenote Jane en hun dochter Ruby. In tegenstelling tot Harry is Ruby opstandig en gaat ze om met foute vrienden. Omdat het huwelijk van Zoe en Jane steeds slechter wordt, is een scheiding niet langer ondenkbaar.
De jaren tachtig was een onzekere tijd voor Tokyo. Een Japans stel woont in een dienstwoning, zij werkt als schrijver en hij als redacteur. Ze proberen met hun bescheiden inkomen het hoofd boven water te houden. Wanneer ze een band opbouwen met een kat uit de buurt, lijkt de realiteit langzaam aan hen voorbij te gaan.
De Australische Eleanor (Ellie) Shipley opent in het jaar 2000 een tentoonstelling over zeventiende-eeuwse vrouwelijke schilders. Eind jaren ’50 heeft ze zich als studente kunstgeschiedenis gespecialiseerd in vrouwelijke schilders uit de Gouden Eeuw en zich in het bijzonder toegelegd op Sara de Vos die in 1631 als eerste vrouwelijke schilder werd toegelaten tot het Sint-Lucasgilde. Niet alleen was Sara de Vos het onderwerp van haar omstreden proefschrift, ook heeft ze in haar studietijd het verzoek van de mysterieuze kunsthandelaar Gabriel Lodge aanvaard om Aan de rand van een bos (1636), het enige schilderij dat aan Sara de Vos is toegeschreven, te vervalsen. Aan de hand van enkele schimmige foto’s van het gestolen schilderij en een handvol bezichtigingen van het origineel, gaat Ellie aan de slag. Terwijl ze op haar studentenkamer in New York in het geheim aan dit project werkt, ontvouwt de roman zich in drie verhaallijnen: Ellie als studente in de jaren ’50, Eleanor als universitair docente en conservator in ’00 en als derde verhaallijn toont de roman stukken uit het leven van Sara de Vos in de Hollandse Gouden Eeuw.
Suzy Koster is in de dertig en keert terug naar haar geboorte-eiland Gozo om voor haar ongeneeslijk zieke vader, Alfred, te zorgen. Tijdens haar verblijf op Gozo pakt ze haar werk als serveerster en keukenhulp in het familierestaurant weer op en komt ze in aanraking met de eilandbewoners die ze jarenlang niet heeft gezien. Wanneer ze van een afstand het weemoedige leven van haar vader gadeslaat, beseft ze dat voor hem de tijd op dit eiland al die jaren stil heeft gestaan. Tegen wil en dank doet het eiland ook bij Suzy oude herinneringen oplaaien – pijnlijke herinneringen aan haar verdwenen moeder en een noodlottig verlies die ze in de tien jaar dat ze Gozo heeft verlaten onwillekeurig had verdrongen.
Op een dag vindt de jonge Klingsor in het bos op een schuine sparrenstronk aan het Storvikstjärn een smaragdgroen drinkglas. Na het glas thuis te hebben schoongemaakt, bekijkt hij het aandachtig en merkt op dat het scheef staat. “Het had met zijn bovenstel naar de sterren gereikt, maar was met zijn basis aan de aarde gebonden geweest, een slaaf van de zwaartekracht,” zo omschrijft Torgny Lindgren (1938) hoe het glas zich door de jaren heen aan de stronk had aangepast en zich er tegelijkertijd tegen had afgezet. Deze gedachte vult Klingsor met de alchemistische overtuiging dat alle dode materie diep vanbinnen levend is. Bevangen door dit inzicht begint hij aan zijn scholing tot kunstenaar met als doel het perfecte stilleven van het drinkglas te creëren.
Vicky Loders is tien en woont met haar vader, moeder en twee oudere zussen in een boomrijke buurt. Op het eerste gezicht lijken ze een alledaags gezin, iets waar Vicky erg naar verlangt om te zijn: alledaags. Maar Vicky’s oudste zus Mitty, is geestelijk gehandicapt, tenminste, dat wordt door de mensen om haar heen gezegd. Vicky denkt hier zelf heel anders over. Mitty woont niet thuis, maar verblijft het grootste deel van de tijd in een opvang in Brabant. De familie Loders gaat regelmatig op bezoek, bezoekjes die in Vicky’s ogen nogal afbreuk doen aan haar definitie van alledaags. Naarmate de tijd verstrijkt, raakt ze er steeds meer van overtuigd dat Mitty niet echt gehandicapt is, maar gewoon doet alsof.
Carletta, de drugsverslaafde moeder van de zestienjarige Percy James, is verdwenen. De geruchten gaan dat zij ergens in de noordheuvels van Michigan zit. Terwijl Michigan geteisterd wordt door een hevige sneeuwstorm, besluit Percy haar moeder in de bossen te gaan zoeken. Het is immers niet de eerste keer dat haar moeder zoek is. Al snel bereikt Percy de hut van Shelton Potter – het middelpunt van het drugscircuit in Noord-Michigan. Terwijl ze door de hut sluipt (onder begeleiding van het toepasselijke Wild Wild Life van de Talking Heads) concludeert Percy dat haar moeder definitief spoorloos verdwenen is. In het pand doet ze echter een andere, verrassende ontdekking. In één van de kille kamers in de hut vindt ze een baby, Jenna, die geheel overstuur voor een open raam ligt.
