De 57-jarige Angelique is terminaal ziek en wordt verteerd door, zoals ze het zelf noemt, “zwarte stippen” in haar lijf. Ze slijt haar dagen thuis, bij het raam, in haar huis in Amsterdam dat ondanks de gebruikelijke drukte van de stad toch leeg voelt.
Suzy Koster is in de dertig en keert terug naar haar geboorte-eiland Gozo om voor haar ongeneeslijk zieke vader, Alfred, te zorgen. Tijdens haar verblijf op Gozo pakt ze haar werk als serveerster en keukenhulp in het familierestaurant weer op en komt ze in aanraking met de eilandbewoners die ze jarenlang niet heeft gezien. Wanneer ze van een afstand het weemoedige leven van haar vader gadeslaat, beseft ze dat voor hem de tijd op dit eiland al die jaren stil heeft gestaan. Tegen wil en dank doet het eiland ook bij Suzy oude herinneringen oplaaien – pijnlijke herinneringen aan haar verdwenen moeder en een noodlottig verlies die ze in de tien jaar dat ze Gozo heeft verlaten onwillekeurig had verdrongen.
Vicky Loders is tien en woont met haar vader, moeder en twee oudere zussen in een boomrijke buurt. Op het eerste gezicht lijken ze een alledaags gezin, iets waar Vicky erg naar verlangt om te zijn: alledaags. Maar Vicky’s oudste zus Mitty, is geestelijk gehandicapt, tenminste, dat wordt door de mensen om haar heen gezegd. Vicky denkt hier zelf heel anders over. Mitty woont niet thuis, maar verblijft het grootste deel van de tijd in een opvang in Brabant. De familie Loders gaat regelmatig op bezoek, bezoekjes die in Vicky’s ogen nogal afbreuk doen aan haar definitie van alledaags. Naarmate de tijd verstrijkt, raakt ze er steeds meer van overtuigd dat Mitty niet echt gehandicapt is, maar gewoon doet alsof.
De beste dagen van ons leven lijkt op het eerste gezicht een opmerkelijke titel voor een boek dat zich afspeelt rond de Tweede Wereldoorlog. De roman begint in de zomer van 1939 wanneer vijf schoolvrienden, die elkaar drie jaar niet hebben gezien, een fietsreis naar Luxemburg maken. Deze vakantiedagen zullen de beste dagen van hun leven worden, daar zijn ze allemaal van overtuigd. Gespannen maar verheugd wachten ze ieder op de Waalbrug op het weerzien. “Met oude vrienden de nieuwe brug over, met het verleden de toekomst in, een week lang terug- en vooruitkijken ineen,” zo laat Céline Linssen (1958) één van de jongens de reünie al vroeg in de roman zorgvuldig omschrijven en gunt daarmee de lezer een eerste blik op haar diepzinnige schrijfstijl.
