Na een turbulente jeugd is de zesentwintigjarige Flo het liefst alleen. Haar moeder stierf na haar geboorte door een bacteriële infectie en de band met haar vader, die microbioloog is, is complex. Het enige dat ze met hem deelt is de fascinatie voor (probiotische) bacteriën. In de wereld van het microbioom vindt Flo haar nieuwe familie. Ze schuwt ieder menselijk contact, haalt haar boodschappen bij een avondwinkel waar ze niets hoeft te zeggen en raakt steeds meer in een isolement. De bacteriefluisteraar van Sanne Kreuze volgt Flo op een kantelpunt in haar leven. De bacteriën brengen haar slecht nieuws: ‘mensen die weinig in diep intermenselijk contact komen met andere wezens, krijgen geleidelijk aan, zo na hun vijfentwintigste, een steeds kleinere diversiteit aan bacteriën.’ Flo besluit het welzijn van haar bacteriën op te krikken door in therapie te gaan. Maar dan ontmoet ze de spirituele Dreyfuss die haar bacteriële huishouding compleet overhoop gooit.
