Het naamloze hoofdpersonage in Geen toekomst alstublieft van Mathijs Heuvel lijkt een normaal leven te leiden. Hij werkt in een bibliotheek, heeft een relatie met Merel en een handjevol vrienden. Toch wordt al vroeg in het boek duidelijk dat hij als twintiger nog altijd worstelt met onverwerkte trauma’s uit het verleden. Na de zoveelste ruzie met Merel dwaalt hij doelloos door de stad. Met in zijn achterhoofd het aanbod van vriend Constantijn om op kunstenaarsretraite te gaan in een Spaanse vallei, maakt hij de balans op. Zijn leven voelt zinloos, zijn baan nutteloos en de relatie met zijn vriendin bloedt langzaam dood. Spanje voelt als een perfecte, maar obscure vlucht: ‘een tweede zelfmoordpoging’, want Merel gunt hij ‘iemand met enige toekomst’, zijn ouders kunnen ‘eindelijk opgelucht ademhalen’ en in zijn hoofd ‘trekt de duisternis zich terug’.
