In Wals van verwondering van Dick van Zijderveld draaien de personages als in een dans rond spirituele overtuigingen en wetenschappelijke opvattingen. De magisch-realistische roman begint met een ontmoeting: jonge wetenschapper Guillaume heeft een afspraakje met escortdame Rozemarijn. Ze dineren in een restaurant, hebben een goed gesprek en gaan – ondanks sluimerende, wederzijdse gevoelens – ieder hun eigen weg. Het verhaal verschuift naar Claire die na een relatiebreuk haar leven weer op de rit heeft. Ze werkt sinds kort bij een uitgeverij als redacteur non-fictie en staat op het punt het ouderlijk huis in te ruilen voor een eigen appartementje. Tijdens de bezichtiging van een appartement in een voormalig internaat voor jongens, bekruipt Claire een onbestemd gevoel dat haar doet besluiten tot de koop over te gaan. Op weg naar haar ouders raakt ze betrokken bij een heftig verkeersongeluk, waarna bovennatuurlijke ervaringen haar nuchtere wereldbeeld steeds verder doen kantelen.
In Groene ranja van Yvonne Sonke worden de vijf en zesenhalf jaar oude zusjes Jasmijn en Imke na de zoveelste melding van buurvrouw Corrie uit huis geplaatst. In het voorafgaande deel Wodka & Ranja werd al duidelijk dat Moeder Ria niet goed voor haar dochters kan zorgen. Ria hangt vaak rond in de kroeg, neemt foute, agressieve mannen mee naar huis en heeft een ernstig drankprobleem. Hierdoor is het voor Imke en Jasmijn thuis geen veilige omgeving om op te groeien. De meisjes zijn te klein voor hun leeftijd, zien er verwaarloosd uit en gedragen zich op sommige momenten veel te volwassen. In het najaar van 1972 worden de zusjes opgevangen in het Amsterdamse Stadsweeshuis. Ook hier is het niet makkelijk voor ze. De veelal getroebleerde kinderen staan niet allemaal open voor de twee nieuwelingen. Jasmijn en Imke moeten hun plekje in het tehuis veroveren. Tegelijkertijd missen ze hun moeder die ze lange tijd niet mogen zien.
In Doedelzakspel van Dick van Zijderveld werkt de 29-jarige Anna-Thérèse als historica bij een Documentatiecentrum. Al sinds haar jeugd is zij geboeid door haar familiegeschiedenis. Dit komt door de verhalen over haar betovergrootmoeder Ksenija die, na de geboorte van haar overgrootmoeder, spoorloos is verdwenen. Hoewel Anna-Thérèse Ksenija niet heeft gekend, vindt zij veel troost bij de antieke trekharmonica die zij van haar betovergrootmoeder heeft geërfd. Het muziekinstrument vormt het fundament voor Anna-Thérèses familie. Tenminste, dat is iets wat zij haar hele leven heeft gedacht. Wanneer de jonge vrouw thuis een brief van een advocatenkantoor op de mat ziet liggen, wordt ze geconfronteerd met de onthutsende boodschap dat haar vader niet haar biologische vader blijkt te zijn.
