Het element water staat door de eeuwen heen symbool voor genezing, emoties en reiniging. Tegelijkertijd is water ongrijpbaar, vormloos en bijna altijd in beweging. In dichtbundel Dit water van Nico van Wijk wordt water als leidraad gebruikt om uiting te geven aan de binnenwereld van het lyrisch ik. Met zachte kracht geven de korte gedichten woorden aan wat er diep vanbinnen borrelt. Verlangen, verlies en weemoed krijgen samen met thema’s als herinneringen, tijd, verbinding en familiebanden vorm dankzij het Nederlands rivierenlandschap dat in de bundel als vast decor fungeert. Soms sterk afgetekend, zoals in Rivierenland: ‘Stel jij was de Linge, / als Merwede kwam ik je tegen’. Soms sterk uitgezoomd: ‘wij delen met elkaar / dit kleine land van melk en honing’, zoals in Aan een tafel 1 waar een intiem tafelmoment wordt gevangen.
Na zijn melancholisch geconstrueerde debuutbundel Van niemand is er nieuw werk van Vincent Oostrijck. De rij opmerkelijke personages die in zijn verhalende, deels autobiografische, gedichten de revue passeren, wordt langer in Tot het niet meer gaat. Een afgedankt knuffelbeest dat tussen het straatvuil ligt, een snackbarhouder die van Russische literatuur houdt (en nog meer van zijn hond) en de vele gedaantes van Meneer de Bruin (bedtester, nachtwaker, vriend en reisgezel) laten zien hoe een klein detail of onverwachte wending de realiteit kan ombuigen. Dat die realiteit soms pijnlijk is, is een terugkerend thema in de poëziebundel. Zo luidt in het titelgedicht: ‘Ze is dood aan het gaan / Ze is gepeld als een ui / Haar ooit zo sterke lichaam / Verdwijnt laagje voor laagje.’ Om tegenwicht te bieden aan het verlies van Oostrijcks moeder zoekt het lyrisch ik troost in een paradijselijk oord in de weelderige natuur. De geheime tuin beschrijft deze locus amoenus als: ‘Een veilige haven / Tussen de verschillende werelden / Het leven en de dood / Hebben zich op deze magische plek / Verzoend met elkaar.’ De man die het lyrisch ik beschrijft, blijft echter nuchter: ‘Toch gaat hij er ook altijd weer weg /…
In Was dit het nu allemaal waard? neemt Inge van der Vies de lezer mee in haar bewogen levensloop. Ze wordt in de jaren vijftig van de vorige eeuw geboren als derde van vier dochters. In haar kindertijd verhuist het gezin vaak, van Eindhoven naar Zeeland en terug naar Breda. Het lukt Inge om enkele vriendschappen te sluiten, maar een lang leven zijn ze niet beschoren. Zo vertelt vriendin Mies haar na een jaar vrienden te zijn geweest dat ze niet meer met Inge mag omgaan. De reden: ‘Wij waren een raar gezin’ en ‘daarmee was de vriendschap van de ene op de andere dag voorbij’. Dat Inge niet uit een doorsnee gezin komt, wordt haar in de loop van haar jeugd wel duidelijk. De sfeer is thuis altijd gespannen. Vader stort zich in allerlei klusprojecten en heeft vaak een glas te veel op. Moeder kan haar frustraties lastig binnenhouden waardoor de dochters regelmatig worden geconfronteerd met kille ruzies en zelfs huiselijk geweld. De ongewenste zwangerschap van zus Robin maakt de sfeer in huis er niet beter op. Om de onveilige thuissituatie te ontvluchten, verliest Inge zich als tiener in relaties met Peter en Frits. Wanneer ze van Frits zwanger…
Een man die de uren aftelt, een jongen uit het verleden die gesprekken voert met de man die hij in de toekomst is, een puzzelaar, de aquariumman en een overwerkte marketingmanager. Het zijn enkele figuren uit de (deels autobiografische) prozagedichten in Van niemand, de debuutbundel van Vincent Oostrijck. Kleine appartementen, grauwe steden en schoorvoetende terugblikken op een jeugd in de jaren 70 en 80 vormen herhaaldelijk het decor van de absurdistische, verhalende verzen. De bundel bevat poëzie gelijk aan kille herfstdagen, verregende straten en vallende bladeren die de vergankelijkheid van het leven nog eens extra benadrukken. De stijl en sfeer is dan ook melancholisch en somber, met gevoelens van zinloosheid en afzondering die soms aangenaam bitterzoet zijn om in te zwelgen, zoals in het titelgedicht: ‘Hij voelt zich licht / Als een veertje’, aangesloten door: ‘Geen sporen / Of voetafdrukken / Laat hij achter / Zo zie je hem / En zo niet meer.’
Iets ongewoons ontdekken in een alledaagse situatie, dat is waar magisch-realistische verhalen over gaan. Zo ook Een jonge vrouw uit Vierhouten en andere verhalen van Dick van Zijderveld. De verhalenbundel begint met het titelverhaal Een jonge vrouw uit Vierhouten waarin twintigers Leo en Saskia na hun vakantie in Italië stranden op station Driebergen. Het daaropvolgende moment is Saskia plotseling op mysterieuze wijze verdwenen, en blijft Leo met vragen achter. Ook in het verhaal Late Lente verdwijnt iemand, ditmaal de hoofdpersoon die zich plotseling in de middeleeuwen bevindt. In Verstoring verschijnt er juist iets, en wel een The Circle-achtig bedrijf dat ineens voor een willekeurige wandelaar uit het polderlandschap opdoemt.
