Hermann ‘Manno’ Loch is kunstrestaurateur bij het Frans Hals Museum wanneer hij in 1948 een brief toegestuurd krijgt. Het voor hem zeer bekende handschrift zorgt ervoor dat herinneringen aan een veelbewogen verleden zich aan hem opdringen. Het plotselinge verlies van zowel zijn moeder als zijn oma, bracht Manno aan het begin van de twintigste eeuw als tienjarige jongen noodgedwongen vanuit het Hollandse Haarlem naar Wenen. In deze Oostenrijkse hoofdstad werd hij opgevangen door zijn grillige tante Edmonda. Daar groeide hij op in de woelige jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Narcis van Judith Fanto volgt Manno’s coming-of-age in het interbellum en zijn volwassen leven na de Tweede Wereldoorlog. Centraal in de historische roman staan de vriendschappen die Manno als elfjarige jongen sluit tijdens een zomerkamp. De vijf leeftijdsgenoten die samen met hem de opeenvolgende jaren een vriendengroep van zes zal vormen, hebben allemaal hun eigen achtergrond en bijbehorende problemen. Worstelingen die in de jaren van de opmars naar de Tweede Wereldoorlog steeds meer breuklijnen in de hechte vriendschappen zullen veroorzaken.
Arghavan heeft na haar studie haar geboorteland Iran verlaten om in Nederland te gaan wonen. In Amsterdam runt ze een cozy kringloopwinkel die wekelijks een handvol vaste klanten trekt. De slechthorende Anna is op zoek naar tweedehands kleding om in te dansen. Johan wil zijn cassetterecorder laten repareren zodat hij het geluid van bomen kan vastleggen. En dan is er Mees, een muzikant voor wie Arghavan geleidelijk aan gevoelens ontwikkelt. Dansen, bomen en muziek komen samen in de rij judasbomen waar de winkel op uitkijkt. Hun takken dansen en hun bladeren ruisen in de wind. Ze hullen het leven van Arghavan in een mysterieuze paarse sluier waarachter het verleden zich opdringt. Zo onverschrokken als deze bomen in de grond staan, zo ontworteld voelt Arghavan zich in Nederland. Net als het hoofdpersonage in De hemel is altijd paars verruilde auteur en dichteres Sholeh Rezazadeh Iran voor Nederland. Haar literaire debuut wisselt Arghavans jeugd in Iran af met haar ontheemde bestaan in Amsterdam.
Joan Goodwin is een succesvolle professor astronomie, maar wanneer NASA een advertentie uitzet om ambitieuze mensen voor hun prestigieuze ruimtevaartprogramma te werven, overweegt ze een carrièreswitch. Tot haar grote verbazing wordt ze door NASA uitgenodigd. Na een reeks testen wordt ze als een van de weinige vrouwen toegelaten tot het programma. Taylor Jenkins Reid situeert haar nieuwste roman Atmosphere in de jaren 80 van de vorige eeuw. Joan belandt in een uiterst competitieve omgeving waar ze niet alleen geconfronteerd wordt met haar vrouw-zijn, maar ook met haar sluimerende gevoelens voor mede-kandidate Vanessa Ford. De complexiteit die deze ingrediënten opleveren, vormen inmiddels de vaste formule van Reids schrijverschap. Ambitieuze vrouwen die zich staande weten te houden in een mannenwereld zagen we onder meer in De zeven echtgenoten van Evelyn Hugo en Carrie Soto is Back. Waar deze boeken de showbizz en de sport in de spotlight zetten, duikt Atmosphere in de ondoorgrondelijke wereld van de ruimtevaart.
‘Waarom zoek je toch altijd het donkere op?’ krijgt Emmy Andriesse van haar man Dick Elffers te horen als ze gewapend met haar Rollei de deur uitloopt om foto’s te nemen van de plek waar een dag eerder negenentwintig verzetsmannen in koelen bloede zijn geliquideerd. Het is oktober 1944 en ‘het bloed in de goot met rotte herfstbladeren is het eerste wat ik zie’ registreert Emmy binnen haar fotografisch kader. In licht bevroren van Brigitte de Swart staat op dit punt aan de vooravond van de verschrikkelijke Hongerwinter. Emmy, van oorsprong Joodse maar dankzij ‘surrogaatvader’ Pieter Regoort ‘een vrij mens, met (…) een persoonsbewijs zonder J’ heeft zich aangesloten bij verzetsgroep De Ondergedoken Camera. Door haar activiteiten zit ze in de onderduik, waar ze bevalt van zoon Casje en haar niet-Joodse man Dick er alles aan doet om haar de juiste papieren te verschaffen.
‘In mijn droom herstelden alle ingestorte plafonds zich boven ons hoofd. De vlammen verdwenen weer in de bommen, die omhoog schoten, terug in de buik van het vliegtuig waarvan de propellers achteruit draaiden, net als de secondewijzers van de klokken overal in Dresden, maar dan sneller.’ Oskar Schell verliest in Extreem luid & ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer zijn vader bij de aanslagen van 11 september 2001. Twee jaar later vindt hij in een vaas tussen zijn vaders spullen een geheimzinnige sleutel. Oskar is ervan overtuigd dat zijn vader hem met deze sleutel iets wil vertellen. Maar dan zal hij wel eerst het slot moeten zien te vinden – geen makkelijke opgave in een wereldstad waar ‘elke 2,777 seconden een nieuw slot wordt geboren’! De jongen, in therapie en duidelijk nog getraumatiseerd door het ingrijpende verlies van een papa die ‘slimmer was dan de New York Times’, laat zich niet weerhouden. Hij zet een speurtocht op dwars door New York die hem in contact brengt met eigenaardige personages. Allemaal dragen ze donkere gebeurtenissen uit het verleden met zich mee en hebben ze geleerd met hun verdriet om te gaan. Wat begint als een zoektocht naar het slot waar zijn…
De Joodse familie Greenspan geniet veel aanzien in het stadje Brookline waar ze wonen, net buiten de Amerikaanse metropool Boston. Harvard-alumnus Scott runt er als arts een eigen cardiologiepraktijk, zijn vrouw Deborah stopt haar tijd en energie in het draaiende houden van een non-profitorganisatie. De kinderen zijn inmiddels uitgevlogen: dochter Maya heeft een baan bij een hoogstaande uitgeverij in New York bemachtigd en zoon Gideon zal als student geneeskunde aan Columbia University binnen enkele jaren in de voetsporen van zijn vader treden. Al vroeg in Andrew Ridkers familieroman Hoop komen er barstjes in het idyllische portret dat van de Greenspans wordt geschetst. Zo treft de familie blaam wanneer naar buiten komt dat Scott heeft geknoeid met data van een klinisch onderzoek, met als gevolg dat hij zijn registratie verliest, en volgt er nog een reeks schandalen die de eens zo hechte familieband op losse schroeven zet. Scott en Deb zijn genoodzaakt om hun relatie te herdefiniëren, Maya worstelt op haar werk en in de liefde en Gideon ziet zijn veelbelovende, medische carrière in rook opgaan.
Wanneer Lyrnessus het oorlogspad van de Grieken kruist, wordt de stad op brute wijze ingenomen. Mannen, jongens en ongeborenen gaan een genadeloze afslachting tegemoet. Voor veel vrouwen wacht een nog afgrijselijker lot: eindigen als slavinnen van de Griekse soldaten. Om het naderende onheil zo lang mogelijk op afstand te houden, verstopt een groep voorname inwoners zich bovenin de citadel van de stad. Zo ook de negentienjarige Briseïs. Haar hoge rang heeft ze te danken aan haar overleden echtgenoot Mynos. Nu Lyrnessus in handen van de Grieken dreigt te vallen, is ze als schoondochter van koning Euenes een gewild doelwit. Vanaf de hoge citadel is Briseïs getuige van het vreselijke oorlogsgeweld. Wanneer Lyrnessus compleet door de Grieken is overmeesterd, verliest Briseïs haar status. Ze wordt samen met de overgebleven vrouwen naar de Griekse legerkampen gestuurd. Briseïs’ lot wordt snel bezegeld als Achilles, de held van de Grieken, haar kiest als zijn ‘trofee’. De stilte van de vrouwen van Pat Barker beschrijft de ingewikkelde verhouding tussen Briseïs en Achilles tegen de achtergrond van de Trojaanse Oorlog.
De Britse studente Cleo is haar lastige thuissituatie ontvlucht om haar geluk als aspirerend kunstenaar te beproeven in New York. In de drukke decembermaand ontmoet ze in ‘de stad die nooit slaapt’ op de valreep van het oude jaar de twintig jaar oudere Frank. Allebei hebben ze niet zo’n zin om 2007 in te luiden op een middelmatig Oud & Nieuw-feestje. De flirt mondt algauw uit in een romance die er veelbelovend uitziet. Nog geen half jaar later bezegelen de twee hun relatie met een bruisend huwelijk. Cleo’s zorgen om het verlopen van haar studentenvisum verdwijnen daarmee als sneeuw voor de zon. Ze trekt in bij Frank met de visie om schilderijen te maken en als zijn vrouw met volle teugen van het glamoureuze leven in New York te genieten. Voor Frank was trouwen nooit echt een prioriteit. Nu hij op latere leeftijd gebonden is, hoopt hij privé de stabiliteit te vinden die hij in zijn werk als succesvolle reclamemaker mist. Alle clichés van hun eerste ontmoeting ten spijt stapelen de problemen tussen de twee zich in Cleopatra en Frankenstein van Coco Mellors echter snel op.
