Na Van niemand en Tot het niet meer gaat sluit Vincent Oostrijck zijn autobiografische, verhalende gedichtenreeks af met Ik laat jou niet vallen. Dit slotdeel van het drieluik bevat ruim vijftig gedichten vol oude, maar ook nieuwe personages. Zo voegt Oostrijck nieuwe gedaantes toe aan de charismatische Meneer De Bruin (alcoholist, verzamelaar en vrouwenversierder) om de vriendschap door de dood heen te eren. Het lyrisch ik laat de lezer daarnaast kennismaken met een bonte verzameling excentrieke mannen. Van Monsieur Le Craque die in een Brabantse volkswijk woont tot Harry Vogel die de nodige drama op de werkvloer creëert. En dan is er Tandpastatubeman die zijn baan verliest, een kunstgebit neemt en een oplossing biedt voor een van de meest herkenbare discussies. Omgaan met veranderingen, jeugdherinneringen en ziekte zijn terugkerende thema’s in de poëziebundel. Meer nog gaat het over onvoorwaardelijke liefde (Oostrijck draagt de bundel op aan zijn vrouw Angélique) en jezelf kunnen, mogen en willen zijn.
Personage Nur Marek uit Na de regen en Grond staat in het (op zichzelf staand te lezen) vierde boek van schrijver en audiomaker Eva De Groote (die ook Vrouw, Wildevrouw, Wijzevrouw schreef) opnieuw centraal. In Nevelwandelaar is Nur een zesendertigjarige bio-ingenieur die haar baan in een laboratorium heeft opgezegd om op het Vlaamse platteland te gaan wonen. Het trainen van AI-agent Zapaya zet ze voort, maar Nurs nieuwe leven draait al snel om het onderdompelen in de natuur, zelfvoorzienend leven en de folklore van de dorpelingen rondom de afgelegen vierkantshoeve die ze betrekt. ‘Geen elektronische sleutel hier maar een uit de kluiten gewassen metalen exemplaar’ benadrukt Nur bij aankomst de nieuwe levensstijl die ze zichzelf vol overtuiging heeft aangemeten. De moestuin, het lokale winkeltje, de kleine bibliotheek met ‘uitgebreide lectuur over energetisch werk’, het atelier van Wilg en het magische Toveressenpad met de mysterieuze Egelvrouw brengen Nur langzaam dieper in contact met zichzelf.
Hermann ‘Manno’ Loch is kunstrestaurateur bij het Frans Hals Museum wanneer hij in 1948 een brief toegestuurd krijgt. Het voor hem zeer bekende handschrift zorgt ervoor dat herinneringen aan een veelbewogen verleden zich aan hem opdringen. Het plotselinge verlies van zowel zijn moeder als zijn oma, bracht Manno aan het begin van de twintigste eeuw als tienjarige jongen noodgedwongen vanuit het Hollandse Haarlem naar Wenen. In deze Oostenrijkse hoofdstad werd hij opgevangen door zijn grillige tante Edmonda. Daar groeide hij op in de woelige jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Narcis van Judith Fanto volgt Manno’s coming-of-age in het interbellum en zijn volwassen leven na de Tweede Wereldoorlog. Centraal in de historische roman staan de vriendschappen die Manno als elfjarige jongen sluit tijdens een zomerkamp. De vijf leeftijdsgenoten die samen met hem de opeenvolgende jaren een vriendengroep van zes zal vormen, hebben allemaal hun eigen achtergrond en bijbehorende problemen. Worstelingen die in de jaren van de opmars naar de Tweede Wereldoorlog steeds meer breuklijnen in de hechte vriendschappen zullen veroorzaken.
In Kruisende lijnen van Junichiro Tanizaki doorbreekt Sonoko haar burgerlijk bestaan door een workshop schilderen te volgen. Tussen de verftubes, penselen en smetteloze doeken ontmoet ze Mitsuko. Deze aantrekkelijke verschijning beneemt niet alleen de mannelijke cursisten de adem, maar ook de onervaren, recent gehuwde Sonoko. En laat het nu juist Sonoko zijn op wie Mitsuko haar zinnen heeft gezet. Voor ze het weet, raakt de gehuwde Japanse verwikkeld in het zorgvuldig uitgesponnen psychologisch web van Mitsuko. Wat volgt is een complexe vierhoeksverhouding tussen Sonoko, haar man, Mitsuko en Watanuki; de sluwe ‘vriend’ van Mitsuko. Tanizaki fungeert nog altijd als een van de belangrijkste auteurs van de moderne Japanse literatuur. Gesitueerd in het Osaka van de jaren 20 van de vorige eeuw vond Kruisende lijnen haar weg naar Nederland in de jaren 80. Met de heruitgave van L.J. Veen Klassiek is het tijd om bookstagram en booktok opnieuw kennis te laten maken met dit westers aandoende werk uit het verre Oosten.
Eerder in de Kasteelsuiteserie beleefden Lise en Ayden in Verleidelijk spel en Virtueel spel twee zinderende proefslaapavonturen tijdens de game Kasteel de Zeven Zonden en Zeven Deugden. Inmiddels is het spel van Nicolet Slot uitgegroeid tot een groot succes. Maar er hangen donkere wolken boven haar sprookje-voor-volwassenen. Erfgenaam van het kasteel, Laurent van Huyssen ter Eyckenhorst, wil dat Nicolets spel stopt. Hij vindt de spelbedenkster niet alleen ‘net de zus van Cruella de Vil’ (‘hoe afgrijselijk, die rode pumps!), maar Seven Sins een vreselijk spel dat het imago van zijn kasteel aantast. De zaken staan er voor hem bovendien niet goed voor: de inkomsten van zijn kastelen in Nederland en Frankrijk vallen tegen, een oude familievete steekt de kop op en voor zijn zieke neefje Philippe ziet de toekomst er steeds somberder uit. Verboden spel van Susan Summer vertelt het verhaal van spelbedenkster Nicolet dat zich langzaam, als een Keltisch hart, verknoopt met dat van kasteeleigenaar Laurent.
Willa Fernsby woont samen met haar vijf zussen en hun papper in het ondoorgrondelijke moerasland. Aan het begin van dit ‘gothic plattelandssprookje’, zoals Lucy Strange De zusjes in het Verzonken Moeras in het nawoord omschrijft, is de twaalfjarige Willa in een hoog oplopende ruzie verwikkeld met haar papper. Oudste zus Grace moet van hem trouwen met de welvarende, maar veel oudere Silas Kirby. Willa is het daar niet mee eens en doet er alles aan om de uithuwelijking tegen te houden. Tevergeefs, want aanleiding voor het wrede lot van Grace is pappers hardnekkige angst voor ‘de vloek van zes dochters’. Het volksrijmpje voorspelt dat de zesde dochter hem ‘in ’t graf’ legt als de overige vijf niet trouwen, het huis op orde houden of werken op de boerderij. Na een nachtelijk bezoek van de zussen aan het mysterieuze Vollemaancircus is Grace spoorloos verdwenen. Willa besluit het duistere moeras in te trekken op zoek naar haar zus.
In een smalle straat in Tokio zit het bijzondere koffiehuis Funiculì Funiculà verstopt. Door de ondergrondse ligging wordt het interieur er onafgebroken in sepia gekleurd. Geen enkele klok die er hangt geeft de juiste tijd aan. Behalve het inschenken van met zorg gebrouwen koffie heeft het café bekendheid verworven door een rol te spelen in een mysterieuze stadslegende. Volgens deze folklore zouden cafégasten tijdens het drinken van hun koffie terug kunnen reizen in de tijd. Hier hangen wel wat regels aan vast. De belangrijkste is dat de reis niet langer mag duren dan het warm opdrinken van een kopje koffie. Voordat de koffie koud wordt van Toshikazu Kawaguchi volgt vier cafégasten die allemaal een andere motivatie hebben om nog één keer terug te keren naar een belangrijk moment in hun persoonlijke geschiedenis.
Hannah is net vijftig als ze te horen krijgt dat haar vader door alvleesklierkanker terminaal ziek is. Haar acht jaar oudere zus zit op dat moment in een afkickkliniek. Hannah wordt al snel aangewezen als de primaire mantelzorger van haar vader. Een beladen taak die ze, ondanks goedbedoelde aansporingen van haar man Jonas, met tegenzin op zich neemt en die haar vervult met afschuw en wrok: ‘Weerzin om hem aan te raken verlamt haar. (…) Een stil genoegen nestelt zich in haar buik. Hem in zijn sop gaar laten koken, zoals hij dat ooit met haar deed…’ Wilgenkind van Josha Zwaan wisselt twee tijdlijnen met elkaar af: het heden waarin Hannah haar zieke vader verzorgt en het verleden waarin ze als jong meisje zorg droeg voor haar afwezige, eveneens zieke moeder. Hoe meer vaders toestand verslechtert, hoe dieper Hannah graaft in haar veelbewogen jeugd.
