Japan is behoudend als het om de eigen tradities gaat. Des te interessanter dat de Nederlanders gedurende de Gouden Eeuw handel dreven met dit land in de Oost. Eerst vanuit de Nederlands-Indische handelsbasis Batavia (nu: Jakarta), maar rond 1640 kregen ze na het gedwongen vertrek van de Portugezen Deshima toegewezen als handelspost. Ruim tweehonderd jaar lang werd dit kunstmatige eiland voor de kust van Nagasaki door Nederlanders bevolkt. Hier moesten ze wel wat voor over hebben, want onder het gezag van de shogun (militaire heerser) golden er strikte regels. Anne Sey verkent in Deshima het leven op dit waaiervormige eiland waar de oosterse en westerse cultuur elkaar ontmoetten. Welke producten leverden en haalden de Nederlandse handelaren? Hoe kwamen ze hun dagen door op slechts vijftienduizend vierkante meter? Wat aten ze? Konden ze wennen aan het turbulente Japanse weer? Welke boeken lazen ze? En hoe zag deze ontmoeting tussen Oost en West eruit?
Genua, 1298. Schrobben, boenen en sjouwen – zo zien de dagen van weesmeisje Maria della Pietra eruit in De wonderverteller van Lida Dijkstra. Maria, ooit gevonden op de trappen, werkt als schoonmaakster in de gevangenis in palazzo San Giorgio. Buiten woedt een handelsoorlog tussen de Genuezen en de Venetianen. De wereld van de dertienjarige Maria, van wie de afkomst in mysterie is gehuld, is klein: ‘In de stad kende ik elke straat en steeg, maar daarbuiten… Niks.’ Toch brengt één gevangene wat licht in haar uitzichtloze bestaan. Sinds 1296 verblijft koopman en ontdekkingsreiziger Marco Polo in San Giorgio. De Venetiaan vertelt uitgebreid over zijn reizen aan wie het maar horen wil. Maria luistert aanvankelijk stiekem mee. Dit levert haar de bijnaam ‘Topina’ (kleine muis) op. Een passende naam, want met haar spitsvondigheid lukt het haar om medegevangene en schrijver Rustichello in te schakelen om messer Marco’s reisverhalen op papier te zetten.
‘Terwijl ik ernaar verlang om hier thuis te zijn, verlang ik ernaar om ginds onderweg te zijn (…) Nirvana ligt daar waar de tegenstellingen verdwijnen.’ Toen Hermann Hesse deze contemplatieve zinnen in de jaren 1917 en 1918 opschreef, was de buitenwereld een roerige plek. In Europa woedde de Eerste Wereldoorlog waarnaar Hesse verwijst in wandeletappe De brug: ‘Ach, oorlog (…) wat was dat toch een absurde en duistere wereld! Maar het was nu eenmaal de realiteit, een zeer reële wereld die zelfs de macht bezat om de aarde te vergiftigen, en mij, eenvoudige wandelaar, met trompetgeschal uit mijn toevluchtsoord weg te rukken.’ Vanwege zwakke ogen werd Hesse afgekeurd voor militaire dienst, maar hij verzette zich tegen het nationalisme door een pamflet te schrijven en hielp als vrijwilliger Duitse krijgsgevangen. In zijn binnenwereld gaat het er niet zachtzinniger aan toe. Hesse kampte met terugkerende depressieve episodes. Zijn huwelijk met fotografe Maria ‘Mia’ Bernoulli hield geen stand, de kinderen werden ondergebracht in pleeggezinnen en het verlies van zijn vader – met wie hij geen goede band had – hakte erin. Hij kwam in een neerwaartse spiraal terecht en kreeg psychiatrische steun van onder meer Carl Gustav Jung. In Wandeling, dat al in…
Raynor Winn en haar ongeneeslijke zieke man Moth zijn het wandelen nog niet beu. Nadat het echtpaar dakloos en ziek het barre South West Coast Path liep, trotseerden ze niet veel later het ruige, vulkanische landschap in IJsland aan de hand van een imposante hike met goede vrienden. In Winns derde boek Landlijnen zoeken Raynor en Moth de wilde natuur op in Schotland. Hun oog is gevallen op de ruim 300 kilometer lange Cape Wrath Trail die helemaal van het noordelijk gelegen Cape Wrath tot aan het centraal gelegen plaatsje Fort William aan de voet van de majestueuze Ben Nevis loopt. Over bergen gesproken: met Moth gaat het op dat moment echter bergafwaarts. Hij heeft last van hevige aanvallen, is veel moe en heeft moeite met bewegen en in evenwicht blijven. Toch besluiten ze – hoe kan het ook anders – om de Cape Wrath Trail een kans te geven in de hoop dat dit het proces van Moths neurodegeneratieve ziekte op wonderlijkere wijze weer wat zal vertragen.
Floortje Dessing is een bekende naam in de Nederlandse televisiewereld. Haar reisprogramma’s nemen kijkers al tientallen jaren mee naar alle uithoeken van de wereld. Op deze – vaak afgelegen – plekken doet Dessing verslag van het leven van de mensen die besloten hebben ver van de maatschappij een leven op te bouwen. Soms gaat het om mensen die bewust hun leven hebben omgegooid en (samen met hun gezin) dichter bij de natuur willen wonen. Andere keren volgt ze mensen die vanwege hun werk op verlaten plekken onderzoek doen waarnaast ze een bestaan moeten opbouwen. Na zo’n lange tijd programma’s maken heeft Dessing genoeg materiaal om een boek te vullen. In Heimwee moet je koesteren blikt ze terug op de reizen die ze heeft gemaakt en weeft deze ervaringen door een persoonlijk verhaal vol herinneringen, overtuigingen en afwegingen.
Tot haar grote verrassing is fotograaf en reisblogger Fiona in De kleine theewinkel in Tokio van Julie Caplin de winnaar van een fotowedstrijd. Als prijs wint ze een reis naar Japan. Hier zal de wereldberoemde Japanse fotograaf Yutaki Araki haar rondleiden en insidertips geven over zijn werkwijze. Maar wanneer Fiona op Tokyo Haneda Airport aankomt, is Araki er niet. In plaats daarvan wordt ze opgewacht door Gabe Burnett. De succesvolle Britse fotograaf doet haar direct terugdenken aan de masterclass die ze ooit bij hem volgde. Net als de meeste andere studenten droomde Fiona weg bij zijn knappe verschijning. Met als uitzondering dat háár contact met hem een behoorlijke awkward wending kreeg. Desondanks lijkt Gabe zich haar helemaal niet meer te herinneren. Hij is nors en zit met zijn gedachten ergens anders. Gelukkig kan Fiona het goed vinden met gastvrouw Haruka en haar gezin die boven een traditionele theewinkel wonen en haar wegwijs maken in het ondoorgrondelijke leven in de Japanse hoofdstad.
Na het overweldigende succes van Het zoutpad zijn Raynor Winn en haar man Moth in De wilde stilte nog niet klaar met hun wandelavonturen. In haar debuut beschreef Winn hoe ze met Moth het South West Coast Path liep, een 1014 kilometer lange National Trail in Groot-Brittanië. Tijdens hun indrukwekkende tocht trotseerden ze in goedkope uitrusting regenbuien en windhozen. Ze struinden door historische steden en havens en liepen door duingebieden, bossen en langs gevaarlijke kliffen. Een knappe prestatie voor twee vijftigers die onderweg (inderdaad) vooral jongeren tegenkwamen. Nog imposanter werd het verhaal door Winns nauwgezette beschrijvingen waarom ze zich aan het South West Coast Path zijn gaan wagen. Door een investering en een onterechte claim was het koppel in één klap dakloos geworden. In dezelfde periode werd Moth ziek. Als Winn en haar man aan het einde van het boek goedkoop onderdak vinden, wil het ze niet lukken om hun leven vorm te geven.
Witkind van Merel Disselkoen volgt Mia Zomer die ogenschijnlijk een gelukkig gezin vormt met haar man Quint en hun vierjarige dochter Coco. Mia verdient de kost als succesvol fotografe, Quint is voor zijn werk als piloot veel van huis. In tegenstelling tot wat het stereotype doet vermoeden, is Quint zijn vrouw erg trouw. Mia heeft desondanks moeite met het luxeleven dat ze in Nederland leidt. Het grote huis dat ze vaak – samen met haar dochter – voor zich alleen heeft, doet haar enkel verlangen naar een leven in Afrika. Tijdens de tientallen fotoreportages die ze op het continent maakte, voelde ze zich vrij en zorgeloos. Weg van de routine en de haast die het westerse leven beheerst. Quint moet echter niets van Afrika weten, en Mia begint zich steeds meer voor hem af te sluiten.
