Leen Huet verliest in korte tijd zowel haar vader als haar moeder. Van haar vader neemt ze afscheid in de door regels gestuurde coronaperiode en haar dementerende moeder overlijdt twee jaar later rond de kerst. In dagboekvorm legt ze haar complexe rouwproces vast en doet ze pogingen haar gevoel ‘wees’ te zijn onder woorden te brengen. Het resultaat is Weerbots, een novelle die rouwgevoelens onderzoekt en de manieren waarop natuur, kunst, filosofie en literatuur een constante in haar leven zijn die altijd troost bieden. Huet neemt de lezer mee in haar dagelijkse beslommeringen, diverse schrijf- en redactieprojecten en de gedachten die haar sinds de dood van haar ouders bezighouden. De autobiografische invulling plaatst de lezer dicht op de huid van de auteur die een realistisch inkijkje krijgt in Huets kleine, erudiete wereld.
Generaties lezers zijn door de jaren heen opgegroeid met de boeken van Roald Dahl. Ieorg Idur, De GVR en De fantastische Meneer Vos – wie kent ze niet? De fantasierijke, grappige en soms gruwelijke verhalen weten jong en oud te boeien, maar wie was Dahl en hoe zag zijn leven er eigenlijk uit? In memoire Boy blikt hij terug op zijn kinderjaren aan het begin van de twintigste eeuw. Dahl werd geboren in 1916 en groeide op in een Noorse familie in Llandaff, een kleine stadje in Wales. Aan de hand van enkele belangrijke gebeurtenissen en karikaturale (maar échte) personen uit zijn jeugd schetst de auteur een beeld van de jaren 1916-1936, waarin kille kostscholen, gruwelijke medische ingrepen, serene vakanties in Noorwegen en heel veel toverachtig snoep de boventoon voeren.
Haruki Murakami is in Japan, maar vooral daarbuiten, een gevierd schrijver. Omdat hij zelden tot nooit interviews geeft, is de persoon Murakami net zo ongrijpbaar als de magisch-realistische plotwendingen in zijn romans. Zijn voornaamste reden om in de anonimiteit te blijven: ‘omdat ik er niet van houd om aangesproken te worden als ik over straat loop.’ En dat over straat lopen gebeurt nogal eens. Waarover ik praat als ik over hardlopen praat is een verrassend autobiografisch, dagboekachtig relaas over zijn ‘hardlopend leven’ en de invloed van deze sport op zijn carrière als schrijver. (Al noemt Murakami zijn boek liever ‘een soort memoires’ of ‘louter een verzameling essays’.) In 1982, hij was toen drieëndertig, verkocht hij de jazzclub die hij samen met zijn vrouw runde, en legde zich vervolgens volledig toe op het schrijven van romans. Om in vorm te blijven begon Murakami in datzelfde jaar serieus met hardlopen. Een verzameling nauwgezette aantekeningen neemt de lezer mee langs loodzware trainingen, zijn deelname aan marathons en triatlons en de ijzeren discipline die nodig is om het lopen, maar ook het schrijven, vol te houden.
De meeste mensen hebben wel een bepaald beeld bij wat ze in hun leven allemaal voor elkaar willen krijgen. Een passende opleiding vinden, een interessante baan, leuke vrienden hebben en een fijne relatie zijn enkele doelstellingen die velen nastreven. Toch zijn het de tegenslagen in het leven die ons een spiegel voorhouden die duidelijk maakt wat we zelf écht willen en niet enkel wat anderen van ons verwachten. Gerrit Verweij neemt de lezer in zijn boek Ontdek je grote kracht mee in zijn levensloop. Van een beschermde jeugd in een christelijk gezin tot zijn bewogen studententijd in Delft waarin hij actief lid was van studentenverenigingen, in het bestuur zat van studieverenigingen en voorzitter was van de Raad voor Studentenvoorzieningen. Met korte onderbrekingen van zijn studie Civiele Techniek en later Civiele Planologie leidde Verweij het leven van een ‘fulltime linkse activist’ en voerde hij acties over thema’s die eind jaren 60, begin jaren 70 heersten: strijden voor democratisering in het onderwijs, meer ontwikkelingssamenwerking en tegen koloniale uitbuiting. Leiding geven, mensen overtuigen en de wereld een beetje beter maken begonnen zich langzaam te openbaren als zijn bronnen van energie. Maar op het gebied van liefde en later ook op zijn werk loopt…
Op kerstavond 2012 ontmoet Édouard Louis in zijn woonplaats Parijs een man op straat. Hoewel hij uitkijkt naar het lezen van de stapel boeken onder zijn arm, voelt hij zich direct tot de donkere verschijning aangetrokken. Reda, afkomstig van Algerijnse ouders, weet op speelse – maar achteraf zeer geraffineerde en dwingende – wijze een gesprek met Louis aan te knopen. De man leeft van het geld dat hij verdient met klusjes. Een echte baan is voor hem nog ver weg, omdat hij geen verblijfsvergunning heeft. Toch weet hij in zijn onzekere bestaan één ding zeker: hij wil graag met Louis de nacht doorbrengen. Louis zwicht voor het gevoel dat de man in hem losmaakt, neemt Reda mee naar huis en verwacht een spannende onenightstand. Deze beslissing luidt echter het begin in van een verschrikkelijke nacht waarin Louis moet vrezen voor zijn leven. In Geschiedenis van geweld duikt Louis in zijn verleden om deze traumatische ervaring en de nasleep ervan een plek te kunnen geven.
Floortje Dessing is een bekende naam in de Nederlandse televisiewereld. Haar reisprogramma’s nemen kijkers al tientallen jaren mee naar alle uithoeken van de wereld. Op deze – vaak afgelegen – plekken doet Dessing verslag van het leven van de mensen die besloten hebben ver van de maatschappij een leven op te bouwen. Soms gaat het om mensen die bewust hun leven hebben omgegooid en (samen met hun gezin) dichter bij de natuur willen wonen. Andere keren volgt ze mensen die vanwege hun werk op verlaten plekken onderzoek doen waarnaast ze een bestaan moeten opbouwen. Na zo’n lange tijd programma’s maken heeft Dessing genoeg materiaal om een boek te vullen. In Heimwee moet je koesteren blikt ze terug op de reizen die ze heeft gemaakt en weeft deze ervaringen door een persoonlijk verhaal vol herinneringen, overtuigingen en afwegingen.
Eddy Bellegueule groeit op in de jaren 90 in de Noord-Franse streek Picardië. Zijn ouders zijn arm en leven van de bijstand. Net als de meeste gezinnen in het dorpje zijn ze afhankelijk van de nabijgelegen fabriek. Hier werkt Eddy’s vader lange dagen om het arbeidersgezin te onderhouden. Al sinds zijn jonge jaren voelt Eddy zich in buitenstaander. Niet alleen binnen zijn eigen familie, maar ook in het Picardische dorp. De mensen om hem heen vinden Eddy een ‘verwijfd jongetje’. Nog voordat hij met zijn geaardheid zal worstelen, wordt hij al gepest door zijn klasgenoten. Zijn vader geeft hem er in een dronken bui vaak van langs en moeder vernedert hem verbaal omdat hij: ‘niet normaal [is] dat gastje’. In Weg met Eddy Bellegueule beschrijft socioloog Édouard Louis zijn jeugd als Eddy Bellegueule en tracht op basis van zijn herinneringen het beklemmende arbeidersmilieu vol armoede, homofobie en racisme waarin hij is opgegroeid laagje voor laagje te ontleden en te doorgronden.
Het is maart 2016 en de stad Brussel is groots in het nieuws vanwege de aanslagen die er hebben plaatsgevonden met tientallen doden als gevolg. Het is ook de periode waarin Eva De Groote in autofictieverhaal Vrouw Wildevrouw Wijzevrouw plotseling leeg en krachteloos thuis komt te zitten. In eerste instantie weet ze niet goed waarom haar lichaam en geest niet meer functioneren zoals ze zou willen. Haar werk bij een kunstencentrum is veeleisend, maar ze doet niets liever. Haar gezinsleven is druk, toch weet ze de opvoeding van haar drie dochters goed af te stemmen met haar man Ruben. De Groote is het gewend om door te gaan; nu haar krachten op zijn voelt het voor haar als falen om ineens helemaal niets meer te kunnen doen. Een bezoek aan haar huisarts schept duidelijkheid: ze heeft de klassieke symptomen van een burn-out. De Groote krijgt het advies om het rustig aan te doen, haar leven per dag te bekijken, aandacht te schenken aan wat haar hart haar ingeeft en te luisteren naar haar innerlijke stem. Dit dwingende advies vormt het begin van een innerlijke spirituele reis naar transformatie, acceptatie en herstel.
