‘We hadden het gevoel alsof we al het vacuüm dat er in de kosmos te vinden is in één keer hadden ingeslikt.’ Twee jonge mannen worden geveld door een onbedaarlijke honger en besluiten samen een bakkerij te overvallen. De roof neemt een bijzondere wending wanneer de bakker de mannen een verrassend voorstel doet. De broodjesroofverhalen van Haruki Murakami is opgedeeld in twee verhalen: De broodjesroof en De tweede broodjesroof. Gewapend met messen hebben de kameraden in het eerste verhaal hun zinnen gezet op de lokale bakkerij: ‘Hoe sterker de geur van brood werd, des te sterker werd ook onze aandrang om Kwaad te doen.’ Dat de bakker een kale vijftiger en bovendien communist is, werkt voor de mannen extra motiverend: ‘We overvielen een bakkerij én we overvielen een communist’. Aan een van de mannen blijft nadien een vloek kleven die hem jaren later in De tweede broodjesroof aanzet om opnieuw een overval te plegen.
Zestiger Anton zit in een dip nadat zijn vrouw hem verlaten heeft, hij zonder werk zit en zijn vader voortdurend kritiek op hem uit. Bijna zestiger Marieke heeft het ook niet makkelijk nu haar eigen liefdesleven in het slop is geraakt en haar dochter na een verbroken relatie weer bij haar is komen wonen. In Piaggio, het Boekenweekgeschenk van Hendrik Groen, kruisen de paden van de twee op het vijftigste verjaardagsfeest van Antons zus. Een ongemakkelijk gesprek en enkele glazen rosé en bacardi-cola later, besluiten Anton en Marieke in een Italiaans autootje de Alpen over te gaan – een roadtrip die Anton tot zijn grote spijt nooit gemaakt heeft. ‘Ik maak altijd keuzes waar ik later spijt van krijg’, verzuchtte Marieke eerder die avond terwijl ze hardop terugdacht aan haar exen. Zal de reis met Anton haar volgende verkeerde keuze worden?
In The Nightmare Before Christmas van Tim Burton is Jack Skellington als Pumpkin King van Halloweenland het brein achter de meest griezelige dag van het jaar. Maar na jarenlang mensen de stuipen op het lijf te hebben gejaagd wil hij wel eens iets anders. Tijdens een wandeling stuit hij op gekleurde deuren gekerfd in het hout van enkele bomen in het bos. Jack belandt in het kleurrijke Christmas Town waar hij een plan bedenkt hoe hij zijn leven weer wat spannender kan maken. Hij is het zat om door iedereen te worden gevreesd met zijn huiveringwekkende ‘tricks’. Als hij nu eens één keer Santa zou zijn, verantwoordelijk voor de magie van kerst en het brengen van cadeautjes, zou hij dan ervaren hoe het is om door iedereen te worden geliefd?
Stick Boy, Match Girl en Pin Cushion Queen. Het zijn enkele excentrieke personages uit The Melancholy Death of Oyster Boy & Other Stories van Tim Burton. Deze naam behoeft nauwelijks meer introductie; met zijn eigenzinnige gotische stijl is Burton een icoon in de filmwereld. Personages met lange, dunne lijven, grote ogen en bleke gezichten spelen de hoofdrollen in zijn duistere stop-motion en liveaction films. Op het witte doek komt zijn grillige stijl – ook wel ‘Burton-esque’ genoemd – goed tot zijn recht. Maar hoe zit dat op papier? Aan de hand van drieëntwintig korte verhalen neemt Burton de lezer mee in zijn macabere wereld. De verhalen zijn op rijm en houden het midden tussen microfictie en poëzie. De bundel is voorzien van zowel kleur als zwart-wit illustraties van Burton die de griezelige sfeer nog wat extra benadrukken.
Een zwaan op de wc, een uit de hand gelopen bedrijfscarnavalsfeestje, de ondergang van een kunstenaar en een operazangeres met een stinkende adem. Het zijn enkele opmerkelijke situaties uit de bundel Verhalen van Rasmus Dahlqvist. Ieder verhaal start met een alledaags tafereel dat gaandeweg de grenzen opzoekt van het grappige, emotionele en absurde. Zo is er een man die een carrièreswitch overweegt waarin zijn werktaak enkel het aan- en uitzetten van de fabriek behelst (Droomjob). In Even vader neemt Dahlqvist de lezer overtuigend mee in de aangewakkerde vadergevoelens van een man die onverwachts op een kind moet passen. De man met de gouden fluit verhaalt over Victor die zijn instrument niet kan bespelen, maar in een orkest wel net doet alsof.
In het winnende verhaal van de 90e Boekenweek heeft de zestienjarige Eden Reiziger het idee opgevat om de dichtstbijzijnde meteorietkrater te bezoeken – een ingeving die ogenschijnlijk uit de lucht is komen vallen. De krater van Gerwin van der Werf volgt in retrospectief Edens roadtrip. Samen met broers Johnny (‘gewoon een twintigjarige drop-out die verkeersborden verzamelt’) en Benjamin (‘Benji kijkt altijd een beetje anders naar de dingen’) rijden ze in Johnny’s rode Volkswagen Golf naar het Duitse Steinheim. Niet per se een gezellig tripje met een sikkeneurige broer en een depressief broertje, maar wel één van levensbelang: ‘ik ben bang dat Benjamin er een keer een eind aan maakt (…) net als onze vader.’ Zijn zelfverkozen dood heeft een figuurlijke krater in het leven van de drie adolescenten geslagen. Sinds de inslag cirkelen Eden en Johnny als manen om hun broertje heen. In een krakkemikkige auto met een dreigend benzinelampje en driehonderd euro van hun moeder op zak – die net als stiefvader Joep van niets weet –, doet Eden een poging niet alleen Benji, maar ook Johnny en zichzelf van zijn zwaartekracht te redden.
De onzichtbare kracht die een aardbeving teweegbrengt, kan aan de oppervlakte een grote ravage aanrichten. In Haruki Murakami’s verhalenbundel Na de aardbeving vinden na de verwoestende aardbeving van Kobe in 1995, en verspreid over zes verhalen, verschillende naschokken plaats. Magisch realistische naschokken welteverstaan, die zich onder meer openbaren in de vorm van een plotselinge scheiding (Een ufo in Kushiro), een levensgrote kikker met een heroïsche missie (Kikker redt Tokyo) en een geheimzinnige droomvoorspelling in Bangkok (Thailand). De getroffenen van deze subtiele, maar verraderlijke naschokken zijn willekeurige mensen die ogenschijnlijk niets met elkaar gemeen hebben: een studente, een arts, een schrijver. Gaandeweg de bundel wordt duidelijk dat niet alleen de gebeurtenis van de aardbeving – die vaak kilometers verderop plaatsvindt – als een rode draad door de verhalen heen loopt, maar ook het ingrijpende en onomkeerbare effect van de daaruit voortvloeiende naschokken die de levens van ieder personage genadeloos opschudt.
Familie staat voor de één gelijk aan warmte, de ander associeert het begrip met complexiteit die niet zelden afkoerst op diepgewortelde trauma’s. In Gezinsverpakking is van het laatste geen sprake. De familie Chabot kan lezen en schrijven met elkaar. Letterlijk, want het Boekenweekgeschenk van 2024 bevat verhalen van alle zes de gezinsleden. Bart Chabot blikt in zijn verhaal ‘Ga nooit met ons op vakantie’ terug op een onheilspellende vakantieherinnering. Sebastiaan beschrijft in ‘Hier, ergens’ met tederheid hoe vader zijn zoons het kijken bijbracht. Maurits gaat in ‘Lieve chaos’ terug naar het ouderlijk huis waar hij liefdevol stelt: ‘Mijn familie is op haar mooist als er niemand kijkt.’ Storm herdenkt in ‘Handvast’ zijn overleden opa en Splinter schrijft in ‘Estafette’ over de diepe liefde die de familie voelt voor hond Bril. De verhalen van de gezinsleden worden bijeengehouden door ‘Mamastippen’, geschreven door moeder Yolanda.
