Het element water staat door de eeuwen heen symbool voor genezing, emoties en reiniging. Tegelijkertijd is water ongrijpbaar, vormloos en bijna altijd in beweging. In dichtbundel Dit water van Nico van Wijk wordt water als leidraad gebruikt om uiting te geven aan de binnenwereld van het lyrisch ik. Met zachte kracht geven de korte gedichten woorden aan wat er diep vanbinnen borrelt. Verlangen, verlies en weemoed krijgen samen met thema’s als herinneringen, tijd, verbinding en familiebanden vorm dankzij het Nederlands rivierenlandschap dat in de bundel als vast decor fungeert. Soms sterk afgetekend, zoals in Rivierenland: ‘Stel jij was de Linge, / als Merwede kwam ik je tegen’. Soms sterk uitgezoomd: ‘wij delen met elkaar / dit kleine land van melk en honing’, zoals in Aan een tafel 1 waar een intiem tafelmoment wordt gevangen.
Een zwaan op de wc, een uit de hand gelopen bedrijfscarnavalsfeestje, de ondergang van een kunstenaar en een operazangeres met een stinkende adem. Het zijn enkele opmerkelijke situaties uit de bundel Verhalen van Rasmus Dahlqvist. Ieder verhaal start met een alledaags tafereel dat gaandeweg de grenzen opzoekt van het grappige, emotionele en absurde. Zo is er een man die een carrièreswitch overweegt waarin zijn werktaak enkel het aan- en uitzetten van de fabriek behelst (Droomjob). In Even vader neemt Dahlqvist de lezer overtuigend mee in de aangewakkerde vadergevoelens van een man die onverwachts op een kind moet passen. De man met de gouden fluit verhaalt over Victor die zijn instrument niet kan bespelen, maar in een orkest wel net doet alsof.
Generaties lezers zijn door de jaren heen opgegroeid met de boeken van Roald Dahl. Ieorg Idur, De GVR en De fantastische Meneer Vos – wie kent ze niet? De fantasierijke, grappige en soms gruwelijke verhalen weten jong en oud te boeien, maar wie was Dahl en hoe zag zijn leven er eigenlijk uit? In memoire Boy blikt hij terug op zijn kinderjaren aan het begin van de twintigste eeuw. Dahl werd geboren in 1916 en groeide op in een Noorse familie in Llandaff, een kleine stadje in Wales. Aan de hand van enkele belangrijke gebeurtenissen en karikaturale (maar échte) personen uit zijn jeugd schetst de auteur een beeld van de jaren 1916-1936, waarin kille kostscholen, gruwelijke medische ingrepen, serene vakanties in Noorwegen en heel veel toverachtig snoep de boventoon voeren.
Het zorgsysteem in Nederland kent uiteenlopende organisaties en instanties die verschillende groepen mensen (tijdelijk) ondersteuning bieden in de vorm van opvang, zorg en begeleiding. Toch gaat het in de praktijk vaak mis. Zo kwamen in 2024 de schokkende misstanden in de (gesloten) jeugdzorg aan het licht – van onvoldoende hulp en intimidatie tot geweld en misbruik. Wie er als kind of hulpbehoevende, om wat voor reden dan ook, alleen voor komt te staan, is het helaas niet vanzelfsprekend dat er goede opvang beschikbaar is. Hoge kosten en te weinig (geschikt) personeel zijn al eeuwenlang de belangrijkste oorzaken van een falend maatschappelijk vangnet. In De bestedeling duikt Menno Lanting naar aanleiding van een persoonlijk familieverhaal in de geschiedenis van ‘uitbesteding’, een onderbelichte praktijk die Nederlandse wees- en armenhuizen in het verleden veelvuldig hebben gebezigd.
In Wals van verwondering van Dick van Zijderveld draaien de personages als in een dans rond spirituele overtuigingen en wetenschappelijke opvattingen. De magisch-realistische roman begint met een ontmoeting: jonge wetenschapper Guillaume heeft een afspraakje met escortdame Rozemarijn. Ze dineren in een restaurant, hebben een goed gesprek en gaan – ondanks sluimerende, wederzijdse gevoelens – ieder hun eigen weg. Het verhaal verschuift naar Claire die na een relatiebreuk haar leven weer op de rit heeft. Ze werkt sinds kort bij een uitgeverij als redacteur non-fictie en staat op het punt het ouderlijk huis in te ruilen voor een eigen appartementje. Tijdens de bezichtiging van een appartement in een voormalig internaat voor jongens, bekruipt Claire een onbestemd gevoel dat haar doet besluiten tot de koop over te gaan. Op weg naar haar ouders raakt ze betrokken bij een heftig verkeersongeluk, waarna bovennatuurlijke ervaringen haar nuchtere wereldbeeld steeds verder doen kantelen.
Nadat in het eerste deel Bellagio het levensverhaal van Geraldines grootmoeder Beatrice aan bod kwam, duikt Nan Adams in Malibu in de herinneringen van Chantal la Grande. De vondst van de dagboeken vormt de start van het tweede deel in de Alfa-vrouwen serie dat naadloos aansluit op de voorafgaande gebeurtenissen. Het feest rondom de honderdste verjaardag van Beatrice is in het Zuid-Franse Antibes nog altijd in volle gang. Omdat er gezien de hoge leeftijd van Beatrice haast geboden is, besluit veilinghuis Sotheby’s in Londen de dagboeken van Chantal die in de Alfa Romeo zijn aangetroffen, in te scannen en naar Geraldine te sturen. Ze kiest ervoor de dagboeken alvast in haar eentje te lezen om Beatrice wat rust te gunnen en haar moeder Charlene, die een complexe band had met haar tweelingzus Chantal, niet te veel te belasten. Malibu gaat terug naar de jaren zestig van de vorige eeuw, waar Chantal en Charlene opgroeien in een bruisende kuststad vlak bij Los Angeles.
In Duizend & ik van Yorick Goldewijk leeft Acht in Surdus, een grimmige stad vol hoge, witte woontorens en ‘Zieners’ – drones die vanuit de lucht de metropool afspeuren. Net als voor de andere inwoners van de stad zijn Achts dagen strikt ingedeeld. Iedere ochtend vertrekt ze in een bomvolle trein naar de Terminal. Ze verricht er simpele taken die haar energie opslorpen en gaat aan het eind van de dag weer terug naar haar kleine appartement. Onderweg galmen Evi’s Principes door de stad – regels die ervoor zorgen dat iedereen in het gareel blijft. Wie gehoorzaam is, wordt beloond met een bestaan overzee. Soms gaat het mis. Wie afwijkt van ‘het Pad’ wordt een ‘Dwaler’ genoemd. Dwalers worden beëindigd op de Promenade – een wreed lot dat zich openlijk voltrekt met als doel de overige inwoners af te schrikken om buiten het strakke, witte keurslijf te treden.
Begin deze eeuw stortten de financiële markten wereldwijd in. Deze zogenoemde kredietcrisis vond zijn oorsprong in de Verenigde Staten en kwam in 2008 tot een hoogtepunt. De recessie die vervolgens nog jarenlang aanhield, maakte veel slachtoffers. Bedrijven gingen failliet, mensen verloren hun banen, spaarders en beleggers werden direct getroffen en wie geld had geleend van de bank – die door de crisis nu met torenhoge schulden kampte – was hun huis en auto kwijt. Maar niet iedereen kwam gehavend uit deze crisis. CEO’s van banken en verzekeringsmaatschappijen werden nog rijker door het plegen van witteboordencriminaliteit. Na de crisis konden deze hooggeplaatste leidinggevenden zonder consequenties hun werk blijven doen. De lijvige thriller Namens velen van John Winkel situeert zich rond deze ingrijpende bankencrisis en de schadelijke impact van criminele activiteiten door mensen met aanzien. In 2009 maakt Frits, een van de (fictieve) slachtoffers van de crisis, een onomkeerbare beslissing. Kort daarop vertrekken enkele schimmige figuren naar de Verenigde Staten waar van juli tot en met november 2010 een serie afschrikwekkende ‘treinmoorden’ plaatsvindt.
