Nadat Rosa in Hoe overleef ik alles wat ik niemand vertel? weer contact heeft gezocht met haar jeugdvrienden is ze in Portugal beland. Samen met Esther, Jonas en Joya heeft ze een stuk grond gekraakt en omgedoopt tot de Geheime Tuin. Hoe overleef ik alles wat anders gaat dan gedacht? is het tweede deel in de nieuwe HOI-reeks voor volwassenen en sluit naadloos aan bij het eerste boek. Rosa en haar vrienden hebben allerlei creatieve manieren bedacht om in hun onderhoud te voorzien. Jonas en zijn vriend Jurriaan werken bij Vinha Verde, Rosa bakt brood en levert dat aan lokale horecabedrijven, Joya geeft energetische healings en de zwangere Esther doet het rustig aan. Het feit dat de vriendengroep illegaal in de Geheime Tuin verblijft, doet de spanning opvoeren. Maar dit detail wordt aanvankelijk overschaduwd door de komst van Rosa’s broertje Abel (of ‘Appie Garnaal’ zoals oudere HOI-lezers hem kennen – al is hij met veertien jaar niet zo garnaal-achtig meer), die zijn problemen van Italië meeneemt naar Portugal.
In Duizend & ik van Yorick Goldewijk leeft Acht in Surdus, een grimmige stad vol hoge, witte woontorens en ‘Zieners’ – drones die vanuit de lucht de metropool afspeuren. Net als voor de andere inwoners van de stad zijn Achts dagen strikt ingedeeld. Iedere ochtend vertrekt ze in een bomvolle trein naar de Terminal. Ze verricht er simpele taken die haar energie opslorpen en gaat aan het eind van de dag weer terug naar haar kleine appartement. Onderweg galmen Evi’s Principes door de stad – regels die ervoor zorgen dat iedereen in het gareel blijft. Wie gehoorzaam is, wordt beloond met een bestaan overzee. Soms gaat het mis. Wie afwijkt van ‘het Pad’ wordt een ‘Dwaler’ genoemd. Dwalers worden beëindigd op de Promenade – een wreed lot dat zich openlijk voltrekt met als doel de overige inwoners af te schrikken om buiten het strakke, witte keurslijf te treden.
Een ongelooflijke kerst van Nadine Swagerman volgt de 18-jarige Noëlle. Ze groeit op in een gelovig gezin dat iedere zondag trouw naar de kerk gaat. Al snel wordt duidelijk dat Noëlle thuis een masker draagt. Het is een plek waar ze ‘half zichzelf is, half gelukkig.’ Kerst is voor haar ‘the most awful time of the year’, maar zolang ze met haar ouders onder één dak woont is ze verplicht het op hun manier te vieren. In eerste instantie lijkt ‘het onbestemde gevoel’ in haar maag te worden veroorzaakt door die naderende kersttijd. Maar dan blijkt dat ze al twee maanden kampt met een nare break up waar ze alleen met beste vriend Raffaele over kan praten. Hoe meer Noëlle moet ‘verzwijgen, verhullen of verdraaien’, hoe uitputtender het wordt om zich anders voor te doen. Via haar gedachtegangen en ontmoetingen met Raffaele ontdekt de lezer dat Noëlle worstelt met haar geaardheid en er een innerlijke strijd in haar woedt. Deze strijd tussen het willen voldoen aan het beeld dat anderen van haar hebben en het accepteren van haar ware identiteit staat centraal in deze kerstnovelle voor jongeren.
De vijftienjarige Mylo en Mees zijn in Patroon van Marco Kunst sinds jongs af aan beste vrienden. Het merendeel van de tijd maken ze plezier rondom een plek dat ze het ‘Veldje’ noemen. Als Mylo een oude patroon vindt tussen de spullen van zijn opa, besluit hij in een melige bui met Mees een experiment uit te voeren in het zentuintje van zijn ouders. Dit mislukt gruwelijk: Mees overlijdt ter plekke. Vanaf dat moment is Mylo’s leven niet meer hetzelfde. Hij raakt verwikkeld in moeizame gesprekken binnen het juridische systeem en de psychologische hulpverlening. Zijn vriendin Marieke maakt het uit. Op straat durft hij zich nauwelijks te vertonen: ‘Ik zag ze kijken, voelde hun blikken, rook hun opwinding. “Moordenaar…” zag ik ze denken. Verlekkerd proefden ze van dat ene woord.’ Psycholoog Bastiaan adviseert Mylo om zijn gedachten en gevoelens op te schrijven in een schrift, zodat hij de situatie beter kan verwerken. Het idee staat hem niet aan, toch probeert hij het. Hij wisselt van school, probeert zijn moeder niet tot last te zijn en raakt steeds meer geïnteresseerd in het leven van zijn vader Ben Caustner – een man die hij alleen van foto’s kent.
Millennials hebben het tegenwoordig niet makkelijk. Het leven is duur, er zijn groeiende klimaatzorgen, verontrustende digitale revoluties en weinig beschikbare woonruimte. Vroeger vond je het antwoord op al je (puber)vragen in de Hoe overleef ik-reeks. Van survivaltips om de brugklas te overleven tot adviezen over vriendschap, liefde en de omgang met je ouders; deze jeugdserie wist je van raad te voorzien. Om al deze vroegere – inmiddels volwassen – lezers nu een hart onder de riem te steken, is Francine Oomen terug met een nieuw boek. In Hoe overleef ik alles wat ik niemand vertel? is het leven van de bijna 26-jarige Rosa van Dijk anders gelopen dan ze had gehoopt. Haar studies zijn geflopt, ze woont weer bij haar ouders, Neuz is verdwenen en ze heeft haar beste vrienden Esther en Jonas al vier jaar niet meer gesproken. Daarnaast steken onverwerkte gebeurtenissen uit het verleden hardnekkig de kop op. Rosa besluit haar oude vrienden op te zoeken om haar leven weer op de rit te krijgen, maar ontdekt al snel dat Esther en Jonas net zo hard met hun leven worstelen als zij.
Hannah ziet haar droom werkelijkheid worden als ze met haar ouders verhuist naar een vuurtoren bij een rustig dorpje aan zee. Tot haar laatste jaar op de nieuwe middelbare school begint, kan Hannah rekenen op een lange, lome zomer die in het teken staat van het vertrouwd raken met haar nieuwe woonplaats. Tijdens een van haar eerste wandelingen op het strand ontmoet Hannah een hechte groep vrienden die vaak bij elkaar komt rond het kampvuur. Dankzij een liefdevolle ontvangst wordt Hannah op haar gemak gesteld om eerlijk te zijn over haar ADHD en het feit dat ze drie ouders heeft. Tot haar verbazing blijkt de groep uit allemaal kleurrijke personen te bestaan. De kleuren van de zee van Miriam Bruijstens verkent Hannahs zomer met haar nieuwe vrienden waarin spannende uitjes worden afgewisseld met diepzinnige gesprekken over coming-of-age thema’s.
Na een traumatische gebeurtenis verliest Ronja zich in Ik en Louise van Phebe Rasch in Louise, een andere persoonlijkheid. Wanneer ze met haar moeder naar dokter Veenendaal gaat, vraagt de arts waarom Ronja denkt dat ze in zijn praktijk is. Ronja antwoordt dat het komt omdat haar vader weg is. Haar moeder schrikt. Het is inmiddels al vijf jaar geleden dat Ronja’s papa weg is, en over zijn verdwijning wordt niet echt gesproken. Ronja maakt een aantal tests waarna dokter Veenendaal besluit om het meisje vaker te spreken. Als Ronja na het speciaal basisonderwijs doorstroomt naar het beroepsonderwijs, lijkt het op deze ‘gewone’ school even beter met haar te gaan. De druk wordt haar echter te veel. De tiener automutileert en ontwikkelt een eetstoornis. Het gaat zelfs zo slecht met haar, dat ze tijdelijk moet stoppen met school. Om tot rust te komen, reist Ronja naar de Zwitserse Alpen waar tante Cecilia een gezellig pension runt.
Linus Baker werkt in The House in the Cerulean Sea van TJ Klune als maatschappelijk werker bij het Department in Charge of Magical Youth. Het werken met magische weeskinderen lijkt een afwisselende baan, maar voor Linus is de sleur er na jaren wel degelijk ingeslopen. Het helpt niet echt dat hij de protocollen van het ministerie tot de kleine lettertjes opvolgt. Dit betekent dat Linus altijd professioneel en op gepaste afstand handelt, waar op zich natuurlijk niets mis mee is. Helaas betekent dit ook dat er in zijn werk geen ruimte is voor empathie, compassie en betrokkenheid. Zijn saaie privéleven als veertigjarige alleenstaande met kat Calliope, een verzameling lp’s en een zeurende buurvrouw, maken het er bovendien niet spannender op. Dit alles verandert wanneer het Extremely Upper Management Linus’ expertise inschakelt. Een weeshuis in een afgelegen kustdorpje moet op bekwaamheid worden geïnspecteerd, en misschien wel worden gesloten. Het management ziet in Linus de juiste persoon om deze complexe opdracht te volbrengen.
