Essay: The Death of The Critic

15 september 2016

Titel: The Death of the Critic
Auteur: Rónán McDonald
Uitgeverij: Continuum
Bladzijdes: 149
Uitvoering: Paperback
ISBN: 978-0-8264-9280-7
Prijs: 10,48
Sterren: 3/5

9780826492791.jpg

The Death of the Critic

Een ietwat ‘droge’ post vandaag, namelijk een beschouwing over The Death of the Critic van Rónán McDonald die ik voor een cursus heb gelezen. Omdat ik op mijn blog vaak recensies post, vond ik het wel relevant om dit te plaatsen in het kader van ‘amateur-critici’ op het internet. En nu ik het over kritiek heb, had ik in mijn stukje wellicht hier en daar iets kritischer kunnen zijn, maar desalniettemin denk ik dat het wel een goed beeld geeft van het boek en de ideeën van McDonald.

De Franse criticus, filosoof en schrijver Roland Barthes kondigde in zijn essay La Mort de l’Auteur (1968) de ‘dood van de auteur’ aan. Volgens zijn theorie ontleent een tekst zijn betekenis aan de interpretatie van de verschillende lezers en is deze niet, zoals vaak werd gedacht, gebaseerd op de intentie van de auteur. Op deze manier zijn er diverse interpretaties van een tekst mogelijk en niet één enkele, door de auteur opgelegde, betekenis. Bijna veertig jaar later bracht de Ierse Rónán McDonald het boek The Death of the Critic (2007) op de markt – een boek waarin hij de dood van de criticus bekend maakte. De criticus, die dankbaar gebruik heeft gemaakt van Barthes’ theorie en erop los interpreteerde, ligt nu, met de komst van het internet, zwaar onder vuur.

In het digitale tijdperk is het schrijven en publiceren van kritieken niet langer een bezigheid voor de hoogopgeleide elite en academici. Producten worden door uiteenlopende mensen voorzien van allerlei soorten kritieken op websites zoals bol.com, variërend van nuttig tot nutteloos en uitgebreid tot beknopt. Celebrities nemen vandaag de dag een belangrijke plaats in als het gaat om het aanprijzen van artikelen. Daarnaast hangen er miljoenen weblogs in de lucht waarop bloggers hun mening uiten over diverse producten. De hoogopgeleide criticus is het ondergeschoven kindje, wiens mening, door de academische inslag, voor de meerderheid vaak ontoegankelijk en daardoor onbegrijpelijk is geworden. Maar is de (academische) criticus wel zo overbodig?

In zijn boek laat McDonald in een vlot tempo de geschiedenis van de literatuurkritiek zien door deze langs een tijdlijn te leggen vanaf de Oudheid tot aan het heden. Hij beschrijft de invloeden die de literaire kritiek halverwege de twintigste eeuw lieten opbloeien en de daaropvolgende veranderingen die de rol van de (academische) criticus steeds meer deden vervagen. Uit zijn uitgebreide samenvatting wordt duidelijk dat critici vroeger werden beschouwd als een belangrijke bron van informatie en sterke banden hadden met de politiek. Kritieken hadden bovendien iets opvoedkundigs en informeerden het volk, vaak nog op basis van de Griekse en Romeinse wetten van de kunst, over de esthetische waarde en het doel van een bepaald werk. McDonald zegt hierover:

‘Art is valued or disdained for its moral, social or political impact, for its psychological effects, for its spiritual or quasi-spiritual access to ‘truth,’ for its excellence of composition, and the intensity of wonder it provokes. Critical judgement has always orbited around these figurations (…) whether the influence of the ancients is explicit or not’ (McDonald, 2007, 49).

Een belangrijke kern van kritieken is dan ook het beoordelen van een werk. Vanuit de academische hoek werd dit aan het begin van de twintigste eeuw steeds lastiger, aangezien criteria voor beoordeling steeds vaker berustten op objectieve, meetbare resultaten. Het meten van een bepaalde smaak voor kunst is niet mogelijk en bovendien subjectief. Wanneer vanuit het (post)structuralisme het idee opkomt dat taal geen betekenis bevat, maar enkel bestaat uit ‘lege’ tekens, worden critici niet alleen als overbodig beschouwd, maar ook als non-creatievelingen die teren op het werk van de schrijver of artiest.

In The Death of the Critic wordt de opkomst van ‘cultural studies’ als de belangrijkste oorzaak beschouwd voor de dood van de criticus. Cultural studies heeft de grenzen tussen de elite en het gewone volk doen vervagen en legt de nadruk op interdisciplinariteit. Om de criticus te redden, pleit McDonald in zijn boek voor een criticus die in de publieke sfeer als scheidsrechter optreedt om de grenzen van de smaak te bewaken en zich vervolgens opstelt tussen het journalistieke en academische veld. In zijn persoonlijke woede ten opzichte van de cultural studies, lijkt het McDonald echter te zijn ontgaan dat wanneer dit lukt, de criticus echter verre van dood is, maar in plaats daarvan levendig gebruik kan maken van het beste van beide werelden. Het grote aanbod aan onderwerpen uit zowel de hoge en lage cultuur kan op deze manier door iemand met een brede en professionele kennis toegankelijk worden gemaakt voor een groot publiek.

McDonald gaat voornamelijk gedurende het eerste hoofdstuk van The Death of the Critic in op de invloed van het internet, maar lijkt met dit boek geen aanval te hebben ingezet op de opkomst van de digitale revolutie. Ondanks dat iedereen tegenwoordig in staat is om zijn of haar kritiek op het internet te uiten, zijn mensen vaak wel getraind om de meest nuttige informatie te onderscheiden van de rest. Tevens legt McDonald de nadruk op het creatieve aspect van literaire kritiek en doet dit door de aandacht te vestigen op de toename van ‘creative writing’ cursussen aan de universiteit. Hij stelt de vraag: ‘(…) if creative writing and fine arts can be taught in universities, then why not creative criticism?’ (McDonald, 2007, 148). Door literaire kritiek een creatief karakter te geven, hoopt McDonald het beeld van de criticus die, bij gebrek aan creativiteit, parasiteert op het werk van de artiest, teniet te doen.

Net zomin als Barthes’ ‘dood van de auteur’ het einde betekende voor het autobiografisch genre, luidt de titel van dit boek volgens McDonald ook niet definitief de ‘dood van de criticus’ in. Deze criticus staat echter (tijdelijk) langs de zijlijn te wachten op zijn terugkeer als academische discipline aan de universiteit. McDonald concludeert zijn boek met de discutabele uitspraak dat literaire kritiek evaluerend dient te zijn. Mijn betoog sluit af door te stellen dat ‘goede kritiek’ niet enkel zou moeten beoordelen of een boek ‘goed’ of ‘slecht’ is, maar dat kritiek zich vooral moet richten op de interessante vragen die het werk oproept en de lezers op een creatieve manier dient te prikkelen om daarover verder te discussiëren. Deze taak lijkt dan ook bij uitstek geschikt voor de academische criticus. Als de professionele criticus er in slaagt dit te doen, is deze, in tegenstelling tot wat de titel van het boek beweert, nog lang niet dood.

Geef een reactie op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Abonneer  
Abonneren op
%d bloggers liken dit: