Na Van niemand en Tot het niet meer gaat sluit Vincent Oostrijck zijn autobiografische, verhalende gedichtenreeks af met Ik laat jou niet vallen. Dit slotdeel van het drieluik bevat ruim vijftig gedichten vol oude, maar ook nieuwe personages. Zo voegt Oostrijck nieuwe gedaantes toe aan de charismatische Meneer De Bruin (alcoholist, verzamelaar en vrouwenversierder) om de vriendschap door de dood heen te eren. Het lyrisch ik laat de lezer daarnaast kennismaken met een bonte verzameling excentrieke mannen. Van Monsieur Le Craque die in een Brabantse volkswijk woont tot Harry Vogel die de nodige drama op de werkvloer creëert. En dan is er Tandpastatubeman die zijn baan verliest, een kunstgebit neemt en een oplossing biedt voor een van de meest herkenbare discussies. Omgaan met veranderingen, jeugdherinneringen en ziekte zijn terugkerende thema’s in de poëziebundel. Meer nog gaat het over onvoorwaardelijke liefde (Oostrijck draagt de bundel op aan zijn vrouw Angélique) en jezelf kunnen, mogen en willen zijn.
Hermann ‘Manno’ Loch is kunstrestaurateur bij het Frans Hals Museum wanneer hij in 1948 een brief toegestuurd krijgt. Het voor hem zeer bekende handschrift zorgt ervoor dat herinneringen aan een veelbewogen verleden zich aan hem opdringen. Het plotselinge verlies van zowel zijn moeder als zijn oma, bracht Manno aan het begin van de twintigste eeuw als tienjarige jongen noodgedwongen vanuit het Hollandse Haarlem naar Wenen. In deze Oostenrijkse hoofdstad werd hij opgevangen door zijn grillige tante Edmonda. Daar groeide hij op in de woelige jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Narcis van Judith Fanto volgt Manno’s coming-of-age in het interbellum en zijn volwassen leven na de Tweede Wereldoorlog. Centraal in de historische roman staan de vriendschappen die Manno als elfjarige jongen sluit tijdens een zomerkamp. De vijf leeftijdsgenoten die samen met hem de opeenvolgende jaren een vriendengroep van zes zal vormen, hebben allemaal hun eigen achtergrond en bijbehorende problemen. Worstelingen die in de jaren van de opmars naar de Tweede Wereldoorlog steeds meer breuklijnen in de hechte vriendschappen zullen veroorzaken.
Arghavan heeft na haar studie haar geboorteland Iran verlaten om in Nederland te gaan wonen. In Amsterdam runt ze een cozy kringloopwinkel die wekelijks een handvol vaste klanten trekt. De slechthorende Anna is op zoek naar tweedehands kleding om in te dansen. Johan wil zijn cassetterecorder laten repareren zodat hij het geluid van bomen kan vastleggen. En dan is er Mees, een muzikant voor wie Arghavan geleidelijk aan gevoelens ontwikkelt. Dansen, bomen en muziek komen samen in de rij judasbomen waar de winkel op uitkijkt. Hun takken dansen en hun bladeren ruisen in de wind. Ze hullen het leven van Arghavan in een mysterieuze paarse sluier waarachter het verleden zich opdringt. Zo onverschrokken als deze bomen in de grond staan, zo ontworteld voelt Arghavan zich in Nederland. Net als het hoofdpersonage in De hemel is altijd paars verruilde auteur en dichteres Sholeh Rezazadeh Iran voor Nederland. Haar literaire debuut wisselt Arghavans jeugd in Iran af met haar ontheemde bestaan in Amsterdam.
Zestiger Anton zit in een dip nadat zijn vrouw hem verlaten heeft, hij zonder werk zit en zijn vader voortdurend kritiek op hem uit. Bijna zestiger Marieke heeft het ook niet makkelijk nu haar eigen liefdesleven in het slop is geraakt en haar dochter na een verbroken relatie weer bij haar is komen wonen. In Piaggio, het Boekenweekgeschenk van Hendrik Groen, kruisen de paden van de twee op het vijftigste verjaardagsfeest van Antons zus. Een ongemakkelijk gesprek en enkele glazen rosé en bacardi-cola later, besluiten Anton en Marieke in een Italiaans autootje de Alpen over te gaan – een roadtrip die Anton tot zijn grote spijt nooit gemaakt heeft. ‘Ik maak altijd keuzes waar ik later spijt van krijg’, verzuchtte Marieke eerder die avond terwijl ze hardop terugdacht aan haar exen. Zal de reis met Anton haar volgende verkeerde keuze worden?
In Bellagio en Malibu wisselde Nan Adams de bewogen geschiedenis van de familie Dara af met het grootse feest in het Zuid-Franse Antibes ter ere van Beatrice, de honderdjarige ‘mater familias’. In Mayfair is het feest ten einde, maar de gebeurtenissen worden in dit derde deel van de Alfa-vrouwen serie voortgezet in Londen. Geraldine – tegenwoordig Gerry –, haar moeder Charlene en grootmoeder Beatrice verblijven in het luxe hotel The Ritz, dicht bij veilinghuis Sotheby’s waar Alfa Romeo de ‘Caramba’ is ondergebracht. Na het lezen van de dagboeken van Charlenes dood gewaande zus Chantal is het zeker: de oldtimer vormt de spil van het duistere web waar de Dara’s de afgelopen decennia in verstrikt zijn geraakt. Het gevaar is anno 2022 nog steeds niet geweken. Mayfair neemt de lezer mee in de spannende ontknoping van het familieverhaal waarbij niet alleen de Dara-dynastie, maar de hele wereld gevaar loopt.
Eerder in de Kasteelsuiteserie beleefden Lise en Ayden in Verleidelijk spel en Virtueel spel twee zinderende proefslaapavonturen tijdens de game Kasteel de Zeven Zonden en Zeven Deugden. Inmiddels is het spel van Nicolet Slot uitgegroeid tot een groot succes. Maar er hangen donkere wolken boven haar sprookje-voor-volwassenen. Erfgenaam van het kasteel, Laurent van Huyssen ter Eyckenhorst, wil dat Nicolets spel stopt. Hij vindt de spelbedenkster niet alleen ‘net de zus van Cruella de Vil’ (‘hoe afgrijselijk, die rode pumps!), maar Seven Sins een vreselijk spel dat het imago van zijn kasteel aantast. De zaken staan er voor hem bovendien niet goed voor: de inkomsten van zijn kastelen in Nederland en Frankrijk vallen tegen, een oude familievete steekt de kop op en voor zijn zieke neefje Philippe ziet de toekomst er steeds somberder uit. Verboden spel van Susan Summer vertelt het verhaal van spelbedenkster Nicolet dat zich langzaam, als een Keltisch hart, verknoopt met dat van kasteeleigenaar Laurent.
Hannah is net vijftig als ze te horen krijgt dat haar vader door alvleesklierkanker terminaal ziek is. Haar acht jaar oudere zus zit op dat moment in een afkickkliniek. Hannah wordt al snel aangewezen als de primaire mantelzorger van haar vader. Een beladen taak die ze, ondanks goedbedoelde aansporingen van haar man Jonas, met tegenzin op zich neemt en die haar vervult met afschuw en wrok: ‘Weerzin om hem aan te raken verlamt haar. (…) Een stil genoegen nestelt zich in haar buik. Hem in zijn sop gaar laten koken, zoals hij dat ooit met haar deed…’ Wilgenkind van Josha Zwaan wisselt twee tijdlijnen met elkaar af: het heden waarin Hannah haar zieke vader verzorgt en het verleden waarin ze als jong meisje zorg droeg voor haar afwezige, eveneens zieke moeder. Hoe meer vaders toestand verslechtert, hoe dieper Hannah graaft in haar veelbewogen jeugd.
Na een turbulente jeugd is de zesentwintigjarige Flo het liefst alleen. Haar moeder stierf na haar geboorte door een bacteriële infectie en de band met haar vader, die microbioloog is, is complex. Het enige dat ze met hem deelt is de fascinatie voor (probiotische) bacteriën. In de wereld van het microbioom vindt Flo haar nieuwe familie. Ze schuwt ieder menselijk contact, haalt haar boodschappen bij een avondwinkel waar ze niets hoeft te zeggen en raakt steeds meer in een isolement. De bacteriefluisteraar van Sanne Kreuze volgt Flo op een kantelpunt in haar leven. De bacteriën brengen haar slecht nieuws: ‘mensen die weinig in diep intermenselijk contact komen met andere wezens, krijgen geleidelijk aan, zo na hun vijfentwintigste, een steeds kleinere diversiteit aan bacteriën.’ Flo besluit het welzijn van haar bacteriën op te krikken door in therapie te gaan. Maar dan ontmoet ze de spirituele Dreyfuss die haar bacteriële huishouding compleet overhoop gooit.
