Tuin: novelle die de lezer gevangenhoudtLeestijd: 3 min.

8 januari 2018
tuin-vincent-van-meenen

Titel: Tuin
Auteur: Vincent Van Meenen
Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
Genre: Poëtische novelle
Bladzijdes: 128
Uitvoering: Paperback
ISBN: 978-90-388-0390-6
*In ruil voor een eerlijke recensie heb ik via Hebban een recensie-exemplaar ontvangen van de uitgeverij

Lees mijn recensie op Hebban

Tuin van Vincent Van Meenen (1989) komt met een persoonlijke noot van de schrijver: Het is “een boek dat geen ‘novelle’ of ‘roman’ genoemd wil worden.” De achterflap houdt het voorzichtig op een ‘poëtische novelle.’ Tuin is geen doorsnee verhaal, wees gewaarschuwd, zoveel is direct duidelijk.

In groei en bloei

Op een dag komt een man in een bloeiende stadstuin terecht. Geraakt door de schoonheid ervan, besluit hij in de tuin te overnachten. Hij vindt een kachel, zet koffie, kookt aardappels en slaapt in het houten tuinhuisje. Dit bevalt hem zo goed, dat hij de eerstkomende tijd de tuin niet meer zal verlaten. Van Meenen wekt de suggestie dat zijn hoofdpersonage de tuin wel wíl verlaten, maar dit niet kan. Waarom zou hij ook? Er is niemand die daarbuiten op hem wacht.

Tuin als gevangenis

Vincent van Meenen is theatermaker, won in 2012 de schrijfwedstrijd WriteNow! en debuteerde in 2016 met zijn roman Licht en geluid. In tegenstelling tot zijn roadnovel debuut blijft zijn hoofdpersonage hier op een enkele plek. Hoewel de lezer weinig over de man te weten komt, is het niet de tuin die hem gevangen houdt, maar eerder de stadse drukte – het alledaagse – dat hem ervan weerhoudt om de tuin uit te lopen. Dit stekende gevoel van misplaatstheid wakkert bij de man het verlangen aan naar rust en eenwording met de natuur. De zoektocht naar zichzelf verklaart de man als volgt:

“De tuin is volgens sommige grootmeesters de derde stap naar verlichting. Na de jungle, waarin  de mens ronddwaalt, en het bos, waar men gedoemd is op de paden zwerven, landt men in de tuin (…) Uiteindelijk, zeggen ze, volgt de thuiskomst, al heb ik geen idee hoe ik een huis moet bouwen en waar ik dat zou moeten doen. Dat ik de jungle heb verlaten lijkt me duidelijk, daarvan ben ik overtuigd. Het bos daarentegen heb ik nooit gezien.”

Dagboekfragmenten en Griekse mythen

Wat daarna volgt zijn stukken die nog het meest lijken op willekeurige dagboekfragmenten. De man beschrijft zijn dagelijkse bezigheden in de tuin die voornamelijk bestaan uit koffie drinken, observeren, slapen, sterrenkijken en klussen. We zien door zijn blik de stadstuin beetje bij beetje veranderen onder de invloed van de voorbijgaande seizoenen. Afgezien van deze, zij het trage, ontwikkeling, gebeurt er niet veel. Van Meenen probeert de lezer nog om de tuin te leiden door een beroep te doen op de Griekse mythen, maar zelfs “faunen vind je hier niet, en ook geen bosmonsters, panfluiten of waternimfen.”

Tuin mist ontwikkeling, plot en spanningsboog

“Weinig blijkt erg veel te zijn,” zo stelt Van Meenen aan het begin van zijn novelle. In dit geval zijn honderdachtentwintig bladzijden inderdaad wel erg veel om een vertelling zonder ontwikkeling, plot en spanningsboog prettig leesbaar te houden. Zelfs de brandende vraag of de man uit de tuin zal weten te ontsnappen verliest gaandeweg aan kracht. Van Meenen schrijft weliswaar prachtig, traag en poëtisch, maar de lezer vraagt zich gaandeweg het verhaal eerder af of die zelf nog uit deze vertelling zal kunnen ontsnappen.


Eindoordeel: Tuin
2

Geen reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: